ECLI:NL:RBMNE:2026:4507

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
19 juli 2026
Zaaknummer
12120312 \ UC EXPL 26-1793
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230v BWArt. 6:96 lid 5 en 6 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering wegens niet-betaalde bestelling bij Zalando afgewezen wegens onvoldoende bewijs retourzending

Alektum Capital AG vordert betaling van €91,56 van de gedaagde wegens een bestelling bij Zalando die niet zou zijn betaald. De gedaagde stelt de bestelling nooit te hebben ontvangen en dat hij het artikel heeft teruggestuurd. Alektum heeft de vordering van Zalando overgenomen en overlegt bewijs van ontvangst en een chatsessie waarin de gedaagde zegt het artikel te hebben teruggestuurd, maar hiervan is geen bewijs.

De kantonrechter oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat Nederlands recht van toepassing is. De verjaringstermijn is niet verstreken, en minderjarigheid ten tijde van de bestelling maakt de overeenkomst niet nietig. De kantonrechter concludeert dat de gedaagde de bestelling heeft ontvangen en niet heeft teruggestuurd, en daarom moet betalen.

Ambtshalve wordt getoetst of consumentenbeschermende bepalingen zijn nageleefd, waaronder informatieplichten en redelijkheid van algemene voorwaarden, wat wordt bevestigd. Ook de buitengerechtelijke kosten zijn correct berekend en aangemaand. De vordering wordt toegewezen inclusief rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €91,56 plus rente en proceskosten wegens niet-betaalde bestelling.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12120312 \ UC EXPL 26-1793
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
ALEKTUM CAPITAL AG,
te Zug Zwitserland,
eisende partij,
hierna te noemen: Alektum,
gemachtigde: E.A.P. van Lith,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord, bij e-mail van [gedaagde] van 10 februari 2026,
- de conclusie van repliek.
1.2.
[gedaagde] heeft, terwijl zij daartoe in de gelegenheid was gesteld, niet gereageerd op de conclusie van repliek.
1.3.
Daarna is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1
Volgens Alektum heeft [gedaagde] een bestelling geplaatst bij Zalando, maar zou [gedaagde] die bestelling niet hebben betaald. Volgens [gedaagde] heeft hij de bestelling nooit ontvangen en hij vindt dat hij daarom niets hoeft te betalen. Alektum heeft de vordering van Zalando overgenomen en eist betaling van € 91,56 (de bestelling inclusief rente en kosten). De kantonrechter wijst dat toe. [gedaagde] moet ook de proceskosten betalen.

3.De beoordeling

3.1
Alektum is een rechtspersoon naar buitenlands recht. Daarom moet allereerst de vraag worden beantwoord of de Nederlandse rechter wel bevoegd is van de vordering kennis te nemen. Dat is zo. [gedaagde] woont namelijk in Nederland en is een consument. Verder overweegt de kantonrechter dat op de vordering het Nederlands recht van toepassing is.
3.2
[gedaagde] wijst erop dat de bestelling waarvan Alektum betaling vordert een bestelling van 5 jaar geleden is, en dat hij toen nog maar 15 jaar was. Als [gedaagde] daarmee wil zeggen dat de vordering van Alektum zou zijn verjaard, dan klopt dat niet. De verjaringstermijn voor dergelijke vorderingen is weliswaar 5 jaar, maar tussen de bestelling (3 december 2021) en het uitbrengen van de dagvaarding (2 februari 2026) is nog geen 5 jaar voorbij gegaan. Dat [gedaagde] minderjarig zou zijn geweest op de dag dat Alektum stelt dat de bestelling is geplaatst, betekent op zichzelf niet dat de bestelling nietig zou zijn. Ook minderjarigen kunnen rechtsgeldig overeenkomsten sluiten.
3.3
Alektum heeft een afschrift overgelegd van een chatsessie tussen [gedaagde] en Zalando, waarin [gedaagde] zegt dat hij ‘het artikel’ heeft teruggestuurd. [gedaagde] noemt daarbij het bestelnummer van de bestelling waarvan Alektum nu betaling vordert. [gedaagde] zegt in die chatsessie dat hij het artikel heeft teruggestuurd, maar daarvan blijkt niets. Alektum heeft ook een bewijs van ontvangst overgelegd (productie 6 van Alektum). De kantonrechter gaat er daarom van uit dat [gedaagde] dus de bestelling heeft ontvangen en niet heeft teruggestuurd. In principe moet hij die bestelling dus betalen, € 41,95. Wel moet de kantonrechter nog ambtshalve het een en ander beoordelen (zie hierna).
3.4
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een professionele partij, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf, namelijk Zalando, de rechtsvoorgangster van de eisende partij, en een consument, namelijk [gedaagde] . Op zo’n overeenkomst zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing. Sommige consumentenbeschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. Als die bepalingen niet zijn nageleefd, of als de kantonrechter over onvoldoende informatie beschikt om dat te kunnen beoordelen, moet de kantonrechter daar, eveneens ambtshalve, consequenties aan verbinden.
3.5
Op de overeenkomst zijn de informatieplichten van de artikelen 6:230m en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. De kantonrechter heeft geconstateerd dat aan de toepasselijke essentiële informatieplichten is voldaan. De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst of in de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden van Zalando ten aanzien van de verschillende onderdelen van de vordering een of meerdere regelingen heeft opgenomen, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen daarover dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld, maar dat blijkt niet het geval.
3.6
Voor vergoeding van de buitengerechtelijke kosten, moet een aanmaning zijn verstuurd die een juiste termijn vermeldt en ten hoogste de maximaal te vragen kosten in rekening brengt na die termijn (artikel 6:96 lid 5 en Pro 6 BW). Ook dit moet de kantonrechter ambtshalve toetsen. In dit geval is een goede brief verstuurd en klopt de hoogte van de gevorderde kosten. [gedaagde] wordt weliswaar aangemaand tot betaling van een hoger bedrag dan de bestelling in deze procedure, maar de kantonrechter gaat ervan uit dat die meerdere bestellingen betreft. De aanmaningsbrief vermeldt namelijk meerdere bestelnummers. De kantonrechter wijst € 40,00 toe.
3.7
Alektum vordert € 9,61 aan verschenen rente tot aan de dagvaarding, plus de wettelijke rente over de prijs van het artikel (€ 41,95) vanaf de dagvaarding. Dat wordt toegewezen. In totaal moet [gedaagde] dus (€ 41,95 + € 40,00 + € 9,61 =) € 91,56 betalen.
3.8
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Alektum worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
139,00
- salaris gemachtigde
86,00
(2 punten × € 43,00)
- nakosten
21,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
367,28

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] om aan Alektum te betalen een bedrag van € 91,56, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 41,95, met ingang van 2 februari 2026, tot de dag van volledige betaling,
4.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 367,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.
RW1368