ECLI:NL:RBMNE:2026:4512

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
19 juli 2026
Zaaknummer
12117103 \ AC EXPL 26-411
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling achterstallige zorgpremies en eigen risico door verzekerde

VGZ Zorgverzekeraar N.V. heeft een vordering ingesteld tegen een verzekerde wegens achterstallige betaling van zorgpremies en eigen risico. De verzekerde betwist de vordering met een onnavolgbaar verweer over soevereiniteit, maar erkent de hoofdsom niet te betwisten.

De kantonrechter oordeelt dat de verzekerde in verzuim is en daarom de openstaande premies, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten moet betalen. De hoogte van de vordering wordt vastgesteld op €1.922,15, waarvan reeds €900 is voldaan, zodat een restant van €1.022,15 resteert.

Daarnaast wordt de verzekerde veroordeeld tot betaling van proceskosten van €719,61. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de wettelijke rente wordt berekend vanaf 29 december 2025 tot volledige betaling.

Uitkomst: Verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige premies, rente en incassokosten, plus proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Amersfoort
Zaaknummer: 12117103 \ AC EXPL 26-411
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V.,
te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: VGZ,
gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek.
1.2
Daarna is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1
[gedaagde] is voor haar ziektekosten verzekerd (dan wel verzekerd geweest) bij VGZ. In de betaling van premies en eigen risico is een achterstand ontstaan. VGZ vordert die achterstand nu in deze procedure. De kantonrechter beslist dat [gedaagde] inclusief rente en kosten, na betalingen, nog € 1.022,15 moet betalen.

3.De beoordeling

3.1
[gedaagde] is het niet eens met de vordering, maar de kantonrechter kan aan dat verweer geen touw vastknopen. [gedaagde] acht (voor zover de kantonrechter begrijpt) zich soeverein en niet gebonden aan de zorgverzekering, maar vindt aan de andere kant dat VGZ wel verplicht is om zorg te leveren aan haar als levend en soeverein wezen. Dat kan niet allebei waar zijn, en het verweer slaagt daarom niet. Omdat [gedaagde] de hoogte van de hoofdsom (zie hierna) niet betwist, gaat de kantonrechter van de juistheid daarvan uit. Omdat [gedaagde] in verzuim is geraakt met betaling van de premies en het eigen risico, moet zij daarover de wettelijke rente betalen (zie voor de hoogte hierna). VGZ heeft aanmaningen verstuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro, en [gedaagde] moet daarom ook buitengerechtelijke incassokosten betalen. Het door VGZ gevorderde bedrag (zie hierna) blijft onder het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, en wordt toegewezen.
3.2
Op grond van het bovenstaande wordt [gedaagde] veroordeeld tot het volgende:
Achterstallige premies en eigen risico:
€ 1.782,15
Wettelijke rente tot 29 december 2025
€ 60,44
Buitengerechtelijke incassokosten
€ 79,56
Totaal
€ 1.922,15
Af: betaald door [gedaagde]
€ 900,00
Resteert
€ 1.022,15
3.3
Over het resterende bedrag is [gedaagde] de wettelijke rente verschuldigd vanaf 29 december 2025 tot de betaling.
3.4
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van VGZ worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,61
- griffierecht
350,00
- salaris gemachtigde
144,00
(1 punt × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
719,61

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] om aan VGZ te betalen een bedrag van € 1.022,15, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro daarover vanaf 29 december 2025 tot de dag van volledige betaling,
4.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 719,61, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.
RW1368