ECLI:NL:RBMNE:2026:4513

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
19 juli 2026
Zaaknummer
12103051 \ LC EXPL 26-287
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:18a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontbinding koopovereenkomst wegens niet-non-conforme tweedehandsauto

In januari 2025 kocht eiser een bijna 12 jaar oude Ford Fiesta met een kilometerstand van ruim 220.000 km. Negen maanden na de koop ontstond motorschade door het afbreken van een bout in het distributiesysteem. Eiser stelde dat deze bout al gebrekkig was bij aflevering en vorderde ontbinding van de koopovereenkomst met terugbetaling van de koopprijs en vergoeding van de ingeruilde auto.

De kantonrechter hoefde niet te beoordelen van wie de auto feitelijk was gekocht, omdat de vorderingen op andere gronden werden afgewezen. De rechter oordeelde dat de auto niet non-conform was bij aflevering. Gezien de leeftijd en kilometerstand van de auto kon eiser verwachten dat onderdelen konden falen. Bovendien had eiser nog circa negen maanden probleemloos met de auto gereden, wat het vermoeden van een gebrek bij aflevering weerlegt.

De vorderingen van eiser werden daarom afgewezen. Omdat eiser in het ongelijk werd gesteld, werd hij veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €100,-. Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter D.A. van Steenbeek op 8 juli 2026.

Uitkomst: Vorderingen tot ontbinding en terugbetaling wegens non-conformiteit worden afgewezen; eiser draagt proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 12103051 \ LC EXPL 26-287
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,
tegen
1.
[gedaagde sub 1] [plaats 2] , (mede) handelend onder de namen [handelsnaam 1] [plaats 2] , [handelsnaam 2] , [handelsnaam 3],
in [plaats 2],
en haar vennoten:
2.
[gedaagde sub 2]
en
3.
[gedaagde sub 3] ,
beiden in [plaats 2] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde sub 1] ,
procederend in persoon bij de vennoten.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek.
1.2
Daarna is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1
[eiser] kocht in januari 2025 een Ford Fiësta. Volgens [eiser] kocht hij die van [gedaagde sub 1] , volgens [gedaagde sub 1] kocht [eiser] die feitelijk van de schoondochter van de vennoten. [eiser] betaalde voor de Ford € 4.500,-, inclusief de inruil van zijn oude auto (een Suzuki Swift). In oktober 2025 ontstond er motorschade doordat (zo begrijpt de kantonrechter) een bout van het distributiesysteem knapte. Volgens [eiser] moet de bout al gebrekkig zijn geweest bij de aflevering. [eiser] wil dat de kantonrechter de koopovereenkomst ontbindt en dat [gedaagde sub 1] de koopprijs terugbetaalt. Ook wil [eiser] dat [gedaagde sub 1] de waarde van de ingeruilde Suzuki Swift aan hem vergoedt, althans (als de Suzuki Swift niet kan worden teruggegeven) een schadevergoeding. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] af.

3.De beoordeling

Van wie [eiser] de Ford kocht, hoeft de kantonrechter niet te beoordelen
3.1
De kantonrechter hoeft niet te beoordelen van wie [eiser] de Ford kocht, omdat de vorderingen van [eiser] op een andere grond worden afgewezen (zie hierna).
De Ford is niet non-conform
3.2
[eiser] beroept zich vooral op het bewijsvermoeden van artikel 7:18a lid 2 BW. Ervan uitgaande dat de koop als consumentenkoop is te beschouwen, is daarin bepaald dat vermoedt wordt dat een gebrek al bij aflevering aanwezig was wanneer dat gebrek zich voordoet binnen een jaar na aflevering. Maar de vraag of iets een gebrek is, is afhankelijk van wat [eiser] bij de koop kon verwachten. Het kan zijn dat [gedaagde sub 1] heeft gezegd dat de Ford een ‘zo goed als nieuwe tweedehands auto’ was, maar een dergelijke aanbeveling in algemene zin zegt niets. [gedaagde sub 1] heeft bij de aflevering geen specifieke garantie gegeven. Wel heeft [gedaagde sub 1] vlak voor de aflevering werkzaamheden uitgevoerd aan het distributiesysteem (de distributieriem is vernieuwd), maar daarbij is kennelijk de afgeknapte bout niet vervangen. De Ford had ten tijde van de koop ruim 220.000 kilometer gereden [1] en was bijna 12 jaar oud [2] . Bij een dergelijke kilometerstand en leeftijd had [eiser] kunnen verwachten dat onderdelen kapot kunnen gaan. Die verwachting geldt ook voor een afgebroken bout, zelfs al had deze blijkbaar ernstige motorschade tot gevolg. De kantonrechter kan op basis van wat [eiser] heeft aangevoerd niet de conclusie trekken dat de bout bij de aflevering al gebrekkig was. Dat geldt temeer omdat [eiser] na de aflevering nog circa 9 maanden (kennelijk probleemloos) met de Ford heeft gereden.
3.3
Dat de Ford non-conform was bij de aflevering, is op grond van het bovenstaande niet vast komen te staan. Omdat [eiser] zijn vorderingen erop gebaseerd heeft dat dit wel zo is, moeten zijn vorderingen worden afgewezen.
De proceskosten
3.4
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Omdat [gedaagde sub 1] in persoon procedeerde en haar conclusies mondeling op de rolzittingen heeft ingediend, wordt € 100,- aan verletkosten toegekend (2 zittingen x tarief € 50,-).

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
wijst de vorderingen van [eiser] af,
4.2
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 100,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.
rw1368

Voetnoten

1.Productie 4 van [gedaagde sub 1]
2.Productie 2.3 van [gedaagde sub 1]