ECLI:NL:RBMNE:2026:46

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
16/317488-24 (P)
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor opzetheling en verbreken verzegeling met gevangenisstraf en taakstraf

Op 14 januari 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in Lelystad uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte, geboren in 1981 in Frans-Guyana. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld voor opzetheling van een Nissan Qashqai en de autosleutel daarvan, alsook voor het opzettelijk verbreken van een verzegeling van een pand. De feiten vonden plaats tussen 2 en 4 oktober 2024 in Almere. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van drie weken, waarvan twee weken voorwaardelijk, en een taakstraf van 80 uur. De zaak kwam aan het licht na een aangifte van verduistering van de Nissan Qashqai. De verdachte had de auto en de sleutel in zijn bezit, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze van misdrijf afkomstig waren. De rechtbank oordeelde dat de verdachte niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet op de hoogte was van de verzegeling van het pand, dat hij samen met anderen had verbroken. De rechtbank sprak de verdachte vrij van het medeplegen van het feit, maar achtte de opzetheling en het verbreken van de verzegeling wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder een laag risico op herhaling, maar vond de gepleegde feiten ernstig genoeg om een straf op te leggen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/317488-24 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 14 januari 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [1981] te [geboorteplaats] (Frans- Guyana),
wonende aan de [adres] , [postcode] te [plaats] ,
hierna te noemen: de verdachte

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 december 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. N. Schapendonk en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman, mr. E.G.S. Roethof, advocaat te Amsterdam naar voren hebben gebracht.

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
Feit 1: in de periode van 2 tot en met 4 oktober 2024 in Almere samen met anderen goederen heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze goederen door een misdrijf verkregen zijn. De goederen betreffen: een Nissan Qashqai (kenteken [kenteken] ) en een autosleutel van dit voertuig;
subsidiair is dit ten laste gelegd als witwassen;
Feit 2: op 4 oktober 2024 in Almere samen met anderen een zegel aan het pand aan de [straat] [nummer/letter] heeft verbroken, opgeheven, beschadigd of de afsluiting op andere wijze heeft verijdeld.

3.VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het onder feit 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. De standpunten van de officier van justitie worden besproken in paragraaf 4.3, voor zover dat nodig is.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1 en 2 ten laste gelegde. De standpunten van de raadsman worden besproken in paragraaf 4.3, voor zover dat nodig is.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen feit 1 primair – opzetheling Nissan Qashqai en sleutel [1]
-
proces-verbaal van aangifte door [naam 1]opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] op 7 augustus 2024; [2]
[naam 1] wenst bij deze aangifte te doen van verduistering van de volgende voertuigen:
Een personenauto van het merk Nissan, kleur grijs, type Qashqai, met kenteken [kenteken] .
Vanwege het niet nakomen van de financiële verplichtingen heeft [onderneming 1] B.V. het dossier overgedragen aan [onderneming 2] B.V. [onderneming 1] B.V. heeft [onderneming 2] de opdracht gegeven om het voertuig met kenteken [kenteken] te traceren en in te nemen en-of de vordering te incasseren.
Op of omstreeks 16 augustus 2023 is er een huurkoopovereenkomst gesloten tussen [onderneming 1] B.V. en [onderneming 3] BV met betrekking tot het leasen van bovengenoemd voertuig. Met ingang van 5 maart 2024 is [onderneming 3] BV failliet verklaard, via de postblokkade van het faillissement is ons door de curator medegedeeld dat het niet bekend is waar het object zich bevind. Het voertuig is in de boedel niet aangetroffen. Het is thans niet duidelijk waar het voertuig is of wie deze onder zich heeft.
-
proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2]opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] op 5 oktober september 2024; [3]
V: Na uw aanhouding zijn er drie autosleutels aangetroffen in uw fouillering. Dat zijn sleutels van een Bmw, Volkswagen en een Nissan. Van wie zijn deze autosleutels?
A: En die Nissan, had ik die ook in mijn zak??? Ja dat zou om de Nissan gaan die buiten het pand stond, schuin er tegenover.
V: Van wie is de Nissan?
A: Werd gebracht om bij mij te komen stallen, de deur zou gemaakt moeten worden maar daar kwam niks van dus om te stallen. De rechterdeur zou gemaakt worden. [naam 3] heeft hem meegenomen de Nissan. [naam 3] heeft die Nissan meegenomen naar het pand. [naam 3] handelt in auto's en heeft veel auto's.
V: Hoelang heeft u de Nissan autosleutel al in uw bezit?
A: Sinds augustus
-
proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1]opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] op 5 oktober september 2024; [4]
V: De politie komt ter plaatse en treft er drie personen in het pand. Wie zijn deze personen?
A: Dat zijn ik, [....] [achternaam medeverdachte 2] en volgens mij [naam 2] ( fonetisch )
-
proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2]opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] op 29 oktober 2024; [5]
V: Na je aanhouding zijn er drie autosleutels bij jou aangetroffen. Namelijk van een Volkswagen, BMW en een Nissan. Van wie zijn deze auto's?A: Die Nissan komt van [naam 2] of [naam 3] af.
-
proces-verbaal van bevindingenopgemaakt door verbalisant [vebalisant] op 22 oktober september 2024; [6]
Contact [naam 2]Ik zag dat, op donderdag 3 oktober 2024, [medeverdachte 2] contact opnam met een contactpersoon genaamd ' [naam 2] ', op telefoonnummer [telefoonnummer] , middels WhatsApp. Ik zag dat [medeverdachte 2] drie (3) schermafbeeldingen stuurde van de telefoon met camerabeelden erop. Ik herkende de locatie als de buitenzijde van het pand aan de [straat] [nummer/letter] te [plaats] , gefilmd vanaf het betreffende pand. Op de schermafbeeldingen zag ik de openbare weg, de [straat] , met daarop één (1) of meerdere politieambtenaren. Ik zag dat bij de eerste schermafbeelding stond: "Ze gaaan di ding mee nemen hij was te goed zei jij". Ik zag dat [naam 2] schreef: "Shit man", "Dat zie ik je maar hij mocht niet buiten blijven", "Teringzooi" en "Anders had ik ik hem ook net voor de deur laten staan". Ik zag dat [naam 2] één (1) schermafbeelding stuurde, gemaakt om 12:38 uur. Op de schermafbeelding zag ik bovenin [kenteken] Nissan Qashqai' staan. Ik zag dat het keuzemenu op 'Status' stond en dat er bij het kopje 'Gestolen' 'Ja' stond. Ik zag dat [naam 2] schreef: "Hij is sinds kort op rood. Ik zie het nu net". Ik zag dat [medeverdachte 2] schreef: "Bro nou ben ik zwaar de lui" en "Ze gaan mij sluiten". Ik zag dat [naam 2] schreef: "Is die ene grote ding weg. Ik zag dat [medeverdachte 2] schreef: " [.] ben echt boos boos serio pffff ik ga echt di plek kwijt raken dinsdag gaat de onderzoek verder". Ik zag dat [naam 2] schreef: "Maar ze gaan dat ding vinden broer. Denk je daaraan?" Ik zag dat [medeverdachte 2] schreef: "Laste keer hebe ze ook alles over hoop gegooid maar ze zijn niet daar onder gegaan ik hoop nu ook niet dat ze tot de spullen van de kia blijven". Ik zag dat [naam 2] schreef: "Maar hebben ze die Nissan aan jou gelinkt ?" Ik zag dat [medeverdachte 2] schreef: "Ja hele straat weet di stond bij mij voor de duer".
Bewijsoverweging
Aan de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ontleent de rechtbank dat de verdachte ook wel [naam 2] of [naam 2] wordt genoemd. Dit betekent dat de verdachte de contactpersoon uit de telefoon van [medeverdachte 2] met de naam [naam 2] is. Op grond van het chatgesprek tussen [medeverdachte 2] en [naam 2] (oftewel: de verdachte) en de door [medeverdachte 2] afgelegde verklaringen stelt de rechtbank vast dat de verdachte de Nissan voorhanden heeft gehad. Zonder sleutel kan de auto niet verplaatst worden dus neemt de rechtbank dit ook aan ten aanzien van de sleutel van de Nissan.
De rechtbank moet vervolgens de vraag beantwoorden of de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de auto wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze van een misdrijf afkomstig was. De Hoge Raad heeft in een arrest uit 2019 beoordelingscriteria gegeven. [7] Aan de hand hiervan merkt de rechtbank het volgende op. In augustus 2024 is aangifte gedaan van de verduistering van de Nissan. De Nissan is kort daarna in het bezit van de verdachte gekomen. Deze omstandigheden zijn, in samenhang met de rest van het dossier, waaronder een appgesprek met een medeverdachte, redengevend voor het bewijs van de verdenking van heling jegens verdachte. Desondanks ontkent de verdachte elke betrokkenheid bij de auto en heeft hij dus voor deze redengevende omstandigheden geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring gegeven. Daarbij komt dat het dossier geen aanwijzingen bevat waaruit blijkt dat de verdachte pas ná het voorhanden krijgen van de auto op de hoogte is geraakt van het feit dat deze van een misdrijf afkomstig was. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de auto wist dat deze van een misdrijf afkomstig was. De rechtbank acht derhalve opzetheling van zowel de auto als de sleutel wettig en overtuigend bewezen.
Partiële vrijspraak voor medeplegen
Op grond van de bewijsmiddelen kan niet worden vastgesteld dat de verdachte dit feit samen met een ander heeft gepleegd. De rechtbank spreekt derhalve de verdachte vrij van het bestanddeel medeplegen.
Landeckverweer
De raadsman heeft bepleit dat er sprake zou zijn van een vormverzuim, omdat de rechter-commissaris geen machtiging heeft afgegeven voor het onderzoek in de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 2] . De rechtbank verwerpt dit verweer. Voor een geslaagd beroep op artikel 359a Sv is onder meer vereist dat er sprake is van een schending van een norm die strekt tot bescherming van een belang van de verdachte zelf (de zogeheten Schutznorm). Aangezien het in de onderhavige zaak niet de telefoon van de verdachte betreft die is onderzocht en waaruit belastende informatie is gebleken maar de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 2] , is aan het zogenoemde Schutznormvereiste niet voldaan. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat de verdachte zelf ontkent dat hij [naam 2] / [naam 2] wordt genoemd, en dus valt ook om die reden niet valt in te zien welk nadeel hij stelt te hebben geleden.
Gezien het voorafgaande behoeft het verweer geen verdere bespreking.
Bewijsmiddelen feit 2- het verbreken van de verzegeling
- de
verklaring van verdachteter terechtzitting van 10 december 2025;
Ik ben op 4 oktober 2024 in het pand geweest op de [straat] [nummer/letter] in [plaats] .
-
proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2]opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] op 5 oktober september 2024; [8]
V: Je bent in de ochtend van 04 oktober aangehouden op de [straat] [nummer/letter] . Wat deed u daar?
A: Ik ging naar mijn pand kijken omdat er werd gebeld dat er misschien werd ingebroken.
V: Door wie werd je gebeld
A: Door een vriend [naam 3] die ging langs om te kijken en hij vertelde mij dat er glas op de grond lag.
V Jij gaf aan dat het niet kon?
A: Ik vertelde dat het verzegeld was en dat de politie er al was geweest op donderdag overdag.
V: De politie komt ter plaatse en treft er drie personen in het pand. Wie zijn deze personen?
A: [naam 4] en [naam 3] en ik.
-
proces-verbaal van bevindingenopgemaakt door verbalisant [verbalisant 4] op 4 oktober 2024; [9]
Voor zaakwaarneming heb ik op donderdag 3 oktober 2024, omstreeks 15.10 uur, het pand voorzien van speciale zegels. Ik heb een brief opgesteld, waarin staat dat het pand is verzegeld en het betreden ervan strafbaar is. Ik heb op de voordeur, de overheadsdeur en de container een brief vastgeplakt. Ik heb samen met collega [verbalisant 7] , een zogenoemde Mobeye geplaatst in het pand. Dit om er zeker van te zijn, dat als er iemand in het pand zou komen, er direct een alarm zou afgaan bij de politie.
-
proces-verbaal van bevindingenopgemaakt door verbalisant [verbalisant 5] op 4 oktober september 2024; [10]
Op genoemde dag en datum, omstreeks 02.05 uur, hoorde ik via de portofoon dat een collega uit Lelystad een melding kreeg dat de Mobeye afging op de [straat] , te [plaats] . Ik hoorde collega [verbalisant 6] zeggen dat hij bekend was met dit adres en het zou moeten gaan om het pand met nummer [nummer/letter] .
Wij gingen direct ter plaatse. Op genoemde dag en datum, omstreeks 02.10 uur, waren wij ter plaatse op de [straat] [nummer/letter] , te [plaats] . Aan de linkerkant van de deur zag ik kapot raam. Ik zag glasscherven op de grond liggen.
Ik keek naar het rolluik en zag dat deze plots snel omhoog ging. Ik zag dat er drie mannen, in het donker gekleed, achter het rolluik vandaan kwamen. Ik zag dat deze mannen aanstalten maakten om te vluchten. Ik zag dat één van de mannen, met zijn handen uit het zicht, terug het pand in probeerde te rennen. Ik zag dat collega [verbalisant 8] deze persoon het pand uit praatte en zijn vuurwapen getrokken had. De persoon waar ik mijn stroomstootwapen op gericht had, werd mij later bekend als:
[verdachte] Geboren [1981] te [geboorteplaats] .
Bewijsoverweging
De verdachte heeft verklaard dat er ná de verzegeling van het pand, maar vóórdat hij en de medeverdachten op 4 oktober 2024 het pand betraden, door anderen zou zijn ingebroken in het pand. Volgens de verdachte is hij daarom niet degene geweest die de verzegeling heeft verbroken. De rechtbank is van oordeel dat dit inbraakscenario niet aannemelijk is geworden. Het dossier biedt voor dit scenario geen aanknopingspunten maar wel indicaties van het tegendeel. De rechtbank verwijst hiervoor in het bijzonder naar het proces-verbaal van bevindingen waaruit blijkt dat de zg. ‘mobeye’ vóór het betreden van het pand door de verdachte en de medeverdachten niet eerder was afgegaan. [11] Daarnaast valt niet in te zien waarom inbrekers de (ongeveer) 1,75 kilo MDMA, die middenin het pand stond toen de verdachte en de medeverdachten daar werden aangetroffen, zouden hebben laten staan. [12] Door de raadsman is tot slot bepleit dat de verdachte niet wist van de verzegeling. De rechtbank volgt de raadsman niet in dit verweer, omdat medeverdachte [medeverdachte 2] in zijn verhoor heeft verklaard dat hij de verdachte had verteld dat het pand verzegeld was. De rechtbank merkt op dat zij geen reden heeft om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van deze verklaring, nu deze mede belastend voor [medeverdachte 2] zelf is.

5.BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte:
Feit 1 primair
in de periode van 2 oktober 2024 tot en met 4 oktober 2024 te [plaats] , althans in Nederland
- een Nissan Qashqai (kenteken [kenteken] ) en
- de autosleutel van de Nissan Qashqai (kenteken [kenteken] ),

voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Feit 2
op 4 oktober 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk, een zegel, waarmede een voorwerp, te weten het pand aan de [straat] [nummer/letter] door het bevoegd openbaar gezag, te weten hoofdagent [verbalisant 4] van de Eenheid Midden-Nederland, verzegeld was heeft verbroken.
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:
Feit 1 primair: opzetheling
Feit 2: medeplegen van opzettelijk zegels waarmede voorwerpen door of vanwege het bevoegd openbaar gezag verzegeld zijn, verbreken

7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.

8.OPLEGGING VAN STRAF

8.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:
- een gevangenisstraf van drie weken, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als voorwaarden dat de verdachte gedurende zijn proeftijd geen nieuwe strafbare feiten pleegt;
- een taakstraf van 100 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 50 dagen hechtenis.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat indien de rechtbank komt tot een veroordeling er kan worden volstaan met een voorwaardelijke straf. De verdachte heeft positieve stappen gezet in het vinden van een baan en het is niet goed om dit te doorkruisen.
8.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetheling van een voertuig en autosleutel. Dit soort feiten zorgt voor overlast en schade. Door zo te handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de persoonlijke eigendommen van anderen. Hij was alleen uit op eigen voordeel. Verder heeft hij door het verbreking van door de politie aangebrachte verzegeling blijk gegeven van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag.
De rechtbank rekent dit verdachte dit alles aan.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft rekening gehouden met het strafblad van de verdachte van 1 november 2025. Ook heeft de rechtbank gekeken naar het reclasseringsadvies van 2 december 2024. Daarin staat dat het risico op herhaling als laag wordt ingeschat.
De op te leggen straf
Alles afwegende zal de rechtbank afwijken van de eis van de officier van justitie, omdat de verdachte partieel is vrijgesproken van het medeplegen van feit 1 primair. De rechtbank komt tot het oordeel dat het passend en geboden is om aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen van drie weken, waarvan twee weken voorwaardelijk. De tijd die de verdachte in verzekering heeft doorgebracht, wordt van deze straf afgetrokken. Dit betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. Daarnaast zal de rechtbank een taakstraf van 80 uur opleggen. De reden hiervoor is dat – gelet op de ernst van de gepleegde feiten – er nog wel voldoende vergelding van de straf moet uitgaan. Als de verdachte deze taakstraf niet (goed) uitvoert, wordt de straf vervangen door 40 dagen hechtenis.
De voorlopige hechtenis
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het geschorste bevel van de voorlopige hechtenis opheffen.

11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57 199 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12.BESLISSING

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het onder feit 1 primair en 2 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid
- verklaart het onder feit 1 primair en 2 bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart de verdachte strafbaar;
Oplegging straf
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van drie weken;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van twee weken, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- als voorwaarde geldt dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast;
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 80 uren;
- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 40 dagen hechtenis;
Voorlopige hechtenis
- heft op het bevel het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;
Dit vonnis is gewezen door mr. R.W. Nederveen, voorzitter, mrs. B.F. Hammerle en V.A. Groeneveld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Lindeman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 januari 2026.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
1
hij in of omstreeks de periode van 2 oktober 2024 tot en met 4 oktober 2024 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een Nissan Qashqai (kenteken [kenteken] ) en/of
- de autosleutel van de Nissan Qashqai (kenteken [kenteken] ),
althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 2 oktober 2024 tot en met 4 oktober 2024 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
(van)
- een Nissan Qashqai (kenteken [kenteken] ) en/of
- de autosleutel van de Nissan Qashqai (kenteken [kenteken] ), althans een of meer voorwerpen
Sub a
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)
Sub b
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf;
2
hij op of omstreeks 4 oktober 2024 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, een zegel, waarmede een voorwerp, te weten het pand aan de [straat] [nummer/letter] door of vanwege het bevoegd openbaar gezag, te weten hoofdagent [verbalisant 4] van de Eenheid Midden-Nederland, verzegeld was heeft verbroken, opgeheven, beschadigd en/of de door zodanig zegel bewerkte afsluiting op andere wijze heeft verijdeld;

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 10 december 2024, genummerd PL0900-2024314626, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1tot en met 906. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2.Pagina’s 724 en 725.
3.Pagina 440.
4.Pagina 467.
5.Pagina 440.
6.Pagina 440.
7.Hoge Raad 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:97.
8.Pagina’s 434 en 435.
9.Pagina 126.
10.Pagina 68.
11.Pagina 186.
12.Pagina 699.