Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[betrokkene] , te [postcode] [plaats] , [adres] ,
Procesverloop
Standpunten
Beoordeling
- CJIB-nummer 272119071, Zaaknummer 12061009 UM VERZ 26-376
- CJIB-nummer 272859016, Zaaknummer 12006078 UM VERZ 25-8446
Rechtbank Midden-Nederland
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €310 opgelegd voor het gebruik van een puntstuk als bestuurder op 19 februari 2025 te Utrecht. De officier van justitie handhaafde de boete, maar betrokkene stelde beroep in bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 25 juni 2026 werd het beroep behandeld waarbij betrokkene ontkende de gedraging te hebben verricht.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt en dat de ontkenning van betrokkene onvoldoende is om aan de juistheid van de vaststelling te twijfelen. Wel werd aangesloten bij eerdere uitspraken waarin de verhogingen van verkeersboetes sinds 2024 en 2025 werden beoordeeld als strijdig met het evenredigheidsbeginsel.
Daarom werd de boete verlaagd naar het bedrag dat gold vóór 1 maart 2024, namelijk €280. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot het vergoeden van proceskosten aan betrokkene, vastgesteld op €116,75. De beslissing is genomen door kantonrechter D. Verduijn en uitgesproken op 9 juli 2026.
Uitkomst: De boete wordt verlaagd van €310 naar €280 wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel en de officier van justitie wordt veroordeeld tot het betalen van proceskosten.