ECLI:NL:RBMNE:2026:4710

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
11523021 UM VERZ 24-1847
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 Grondwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging administratieve boete wegens onverzekerde snorfiets en termijnoverschrijding

Aan betrokkene is een administratieve boete van €370 opgelegd omdat haar snorfiets op 10 maart 2022 niet verzekerd was. De officier van justitie verklaarde het administratief beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening. Betrokkene stelde dat de scooter kapot in haar tuin stond en niet gebruikt kon worden, wat zij met foto's onderbouwde.

Een eerdere kantonrechter behandelde de zaak, maar betrokkene was verhinderd en vroeg om een nieuwe zitting. De officier van justitie gaf aan dat de boete in deze omstandigheden niet billijk was en stelde matiging voor naar €100. De kantonrechter besloot zonder zitting uitspraak te doen omdat betrokkene niet reageerde.

De kantonrechter toetst niet ambtshalve de termijnoverschrijding en concludeert dat deze niet meer tot het geding behoort. Het beroep is daarom gegrond en wordt inhoudelijk beoordeeld. Gezien de kapotte staat van de scooter en het feit dat deze niet gebruikt kon worden, is de overtreding minder ernstig. De boete wordt gematigd tot €100.

Daarnaast is niet binnen een redelijke termijn uitspraak gedaan, waardoor de boete verder met 25% wordt verminderd tot €75. De officier van justitie moet het teveel betaalde bedrag teruggeven.

Uitkomst: Het administratief beroep wordt gegrond verklaard en de boete gematigd tot €75 vanwege omstandigheden en termijnoverschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
zittingsplaats Utrecht
zaaknummer: 11523021 UM VERZ 25-1847
CJIB-nummer: 248902565

beslissing van de kantonrechter van 22 juli 2026

inzake

[betrokkene] uit [plaats] ,

hierna te noemen: de betrokkene.

Inleiding

Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd van € 370,00. De boete is opgelegd omdat uit een registercontrole van de RDW is gebleken dat de snorfiets van de betrokkene op 10 maart 2022 niet verzekerd was.
De officier van justitie heeft het administratief beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat was ingesteld.
Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft de betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. Zij heeft aangevoerd dat het om een kapotte scooter ging die in de tuin stond en heeft dat met foto’s onderbouwd.
Een andere kantonrechter heeft de zaak behandeld op de zitting van 16 mei 2025. De betrokkene heeft laten weten verhinderd te zijn en heeft verzocht om de zitting op een andere dag te plannen. Namens de officier van justitie was een zittingsvertegenwoordiger aanwezig, die het standpunt heeft ingenomen dat de opgelegde boete in deze omstandigheden niet billijk is en dat de boete moet worden gematigd naar € 100,00.
De andere kantonrechter heeft in een tussenbeslissing laten weten dat hij het voornemen heeft om de boete te matigen naar € 100,00, dat de betrokkene de gelegenheid krijgt om te laten weten of zij dit op een nieuwe zitting wil bespreken en dat de kantonrechter zonder zitting uitspraak zal doen als de betrokkene niets laat weten. De betrokkene heeft hierop niet gereageerd.
De zaak is toegewezen aan deze kantonrechter. Omdat de betrokkene geen gebruik heeft gemaakt van haar recht om op een nadere zitting te worden gehoord, sluit de kantonrechter nu het onderzoek.

Beoordeling door de kantonrechter

De kantonrechter toetst niet zelf (‘ambtshalve’) of het administratief beroep op tijd is ingesteld (zie het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 juli 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:7065). De zittingsvertegenwoordiger heeft op de zitting een inhoudelijk standpunt ingenomen over de billijkheid van het boetebedrag. Daaruit leidt de kantonrechter af dat de overschrijding van de termijn die gold voor het instellen van administratief beroep inmiddels niet meer tot de omvang van het geding behoort. De kantonrechter oordeelt daarom dat de officier van justitie het administratief beroep in het licht van het huidige standpunt ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep bij de kantonrechter is daarom gegrond en de kantonrechter zal de zaak inhoudelijk beoordelen.
De onverzekerde scooter van de betrokkene stond kapot in haar tuin en kon niet worden gebruikt op de openbare weg. Hoewel de scooter niet geschorst was en dus ook in deze situatie verzekerd had moeten zijn, is de overtreding onder deze omstandigheden minder ernstig. De kantonrechter is het met de betrokkene en de zittingsvertegenwoordiger eens dat het billijk is om het boetebedrag te matigen en zal dat doen tot het door de zittingsvertegenwoordiger voorgestelde bedrag van € 100,-.
De kantonrechter stelt vervolgens vast dat niet binnen een redelijke termijn uitspraak is gedaan, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Grondwet. De consequentie hiervan is dat de boete verder wordt gematigd met 25 procent.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de beslissing van de officier van justitie;
  • stelt het bedrag van de administratieve sanctie op € 75,-;
  • bepaalt dat de officier van justitie aan betrokkene het te veel betaalde teruggeeft.
Deze beslissing is genomen door mr. K. de Meulder, kantonrechter, en schriftelijk uitgesproken op 22 juli 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
de griffier, de kantonrechter,
H.A. van Gastel mr. K. de Meulder
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij
de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht,
locatie Utrecht, o.v.v. Mulderzaken, postbus 16005, 3500 DA Utrecht.
Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum toezending proces-verbaal: