ECLI:NL:RBMNE:2026:4777

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
26 juli 2026
Zaaknummer
12107712 \ UC EXPL 26-1406
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 lid 2 Verordening (EG) 593/2008 (Rome I)Art. 6 lid 1 Verordening (EG) 593/2008 (Rome I)Artikel 15 en 16 Verdrag van Lugano 2007
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering achteraf betalen wegens onvoldoende bewijs bestelling

Myntro Capital II AG vordert betaling van €68,80 plus rente en kosten van gedaagde, stellende dat gedaagde producten heeft besteld bij Rituals en achteraf wilde betalen via Klarna. Myntro heeft de vordering van Klarna gecedeerd gekregen. Gedaagde betwist de bestelling en ontbinding van de koopovereenkomst.

De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is, omdat gedaagde in Nederland woont. Myntro heeft onvoldoende bewijs geleverd dat gedaagde daadwerkelijk een bestelling heeft geplaatst; de orderbevestiging bevat geen naam of adres en het e-mailadres wordt door gedaagde niet herkend.

Omdat de primaire vordering faalt, komt de rechtbank niet toe aan de subsidiaire verweren of ambtshalve toetsingen. De vordering wordt afgewezen en Myntro wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €64,50.

Uitkomst: De vordering tot betaling van €68,80 wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van bestelling.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12107712 \ UC EXPL 26-1406
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
MYNTRO CAPITAL II AG,
gevestigd in Zug (Zwitserland),
eisende partij,
hierna te noemen: Myntro,
gemachtigde: E.A.P. van Lith,
tegen
[gedaagde],
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: Cenabu B.V.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 12 januari 2026,
- de conclusie van antwoord van 14 februari 2026,
- de akte van Myntro van 4 juni 2026,
- de brief van Myntro van 11 juni 2026.
1.2
In haar akte van 4 juni 2026 heeft Myntro aan [gedaagde] en de kantonrechter laten weten dat zij haar naam per 3 maart 2026 heeft gewijzigd. Myntro heeft [gedaagde] gedagvaard als zijnde ‘Alektum Capital II AG’, maar inmiddels is haar naam gewijzigd in ‘Myntro Capital II AG’. Zij zal in dit vonnis worden aangeduid als Myntro.
1.3
Vóór de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van Myntro in haar brief van 11 juni 2026 aangegeven geen aanvullende bewijsstukken te hebben. Zij heeft ook aangegeven niet op de mondelinge behandeling die op 17 juni 2026 gepland stond, te verschijnen. De kantonrechter heeft vervolgens besloten de mondeling behandeling niet door te laten gaan en heeft partijen laten weten dat het vonnis vandaag wordt uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1
Myntro vordert betaling van € 68,80 plus rente en kosten. Zij stelt dat [gedaagde] voor dit bedrag producten heeft besteld bij de webwinkel van Rituals en daarbij heeft gekozen om achteraf te betalen via Klarna. De factuur die Klarna aan [gedaagde] heeft gestuurd, heeft [gedaagde] volgens Myntro onbetaald gelaten. Myntro heeft de vordering gecedeerd gekregen van Klarna en vordert nu dat [gedaagde] de factuur betaalt. [gedaagde] betwist dat zij een bestelling heeft gedaan bij Rituals. Voor het geval dit toch vast komt te staan, zegt zij dat ze de koopovereenkomst heeft ontbonden. Verder betwist zij dat Myntro de vordering gecedeerd heeft gekregen van Klarna. Zij vindt daarom dat zij niets hoeft te betalen. De kantonrechter geeft [gedaagde] gelijk en wijst de vorderingen van Myntro af.

3.De beoordeling

De Nederlandse rechter is bevoegd en er is Nederlands recht van toepassing op de gestelde overeenkomst
3.1
Myntro is gevestigd in Zwitserland en is een rechtspersoon naar buitenlands recht. Daarom moet allereerst de vraag worden beantwoord of de Nederlandse rechter wel bevoegd is van de vordering kennis te nemen. Dat is zo. De gedaagde partij, [gedaagde] , woont namelijk in Nederland en is een consument. [1]
3.2
Verder overweegt de kantonrechter dat op de vordering het Nederlands recht van toepassing is. Myntro stelt dat zij door cessie de vordering van Klarna overgedragen heeft gekregen. De betrekking tussen Myntro als cessionaris (rechthebbende op de vordering door cessie) en [gedaagde] als (gesteld) schuldenaar, wordt beheerst door het recht dat van toepassing is op de gecedeerde vordering. [2] Bij consumentenovereenkomsten zoals hier is dat van het land waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft. [3] Aangezien [gedaagde] in Nederland woont, betekent dit dat Nederlands recht moet worden toegepast. De kantonrechter zal de zaak dan ook inhoudelijk beoordelen naar Nederlands recht.
Myntro heeft onvoldoende onderbouwd dat [gedaagde] een overeenkomst heeft gesloten met Klarna
3.3
De vorderingen van Myntro zullen door de kantonrechter worden afgewezen. Het komt namelijk niet vast te staan dat [gedaagde] en Rituals een koopovereenkomst hebben gesloten via Klarna. Myntro stelt dat er op 3 februari 2021 een orderbevestiging van de bestelling naar het e-mailadres van [gedaagde] is gestuurd (
[e-mailadres]), maar [gedaagde] heeft in haar conclusie betwist dat zij een bestelling heeft gedaan. Ook zegt zij het e-mailadres niet te herkennen. Op de door Myntro overgelegde orderbevestiging is verder alleen vermeld welke artikelen zijn besteld en op welk moment en via welk rekeningnummer het factuurbedrag aan Klarna voldaan moet worden. Een naam of adres ontbreekt, zodat de orderbevestiging geen aanknopingspunten geeft waaruit te herleiden is dat [gedaagde] daadwerkelijk de bestelling heeft gedaan, naast het e-mailadres waarin de naam van [gedaagde] terug te lezen is. In haar brief van 11 juni 2026 heeft Myntro vervolgens aangegeven geen andere bewijsmiddelen meer te hebben om haar vordering te onderbouwen. Gezien de betwisting van [gedaagde] heeft Myntro onvoldoende onderbouwd dat er een overeenkomst tot stand is gekomen tussen [gedaagde] en Rituals via Klarna.
3.4
Aan het subsidiaire en meer-subsidiaire verweer van [gedaagde] komt de kantonrechter niet toe, aangezien het primaire verweer slaagt.
3.5
Omdat de hoofdvordering van Myntro wordt afgewezen, volgen de nevenvorderingen van wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten hetzelfde lot.
De ambtshalve toetsing kan achterwege blijven
3.6
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar (Rituals) en een consument ( [gedaagde] ). In die gevallen moet normaal gesproken ambtshalve worden getoetst of de handelaar zijn wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen is nagekomen. Bovendien moet worden nagegaan of sprake is van een kredietovereenkomst tussen Klarna en [gedaagde] en zo ja, of deze aan de wettelijke vereisten voldoet. Omdat hiervoor al is overwogen dat niet vast is komen te staan dat [gedaagde] de koopovereenkomst heeft gesloten, komt de kantonrechter daarom ook niet toe aan de ambtshalve toetsing.
Myntro moet de proceskosten betalen
3.7
Myntro is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. [gedaagde] stelt dat zij € 500,00 aan proceskosten heeft gemaakt voor haar gemachtigde, maar dit heeft zij op geen enkele manier onderbouwd. Het salaris voor de gemachtigde van [gedaagde] wordt daarom vastgesteld volgens het wettelijk bepaalde forfaitaire tarief. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
43,00
(1 punt × € 43,00)
- nakosten
21,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
64,50

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
wijst de vorderingen van Myntro af,
4.2
veroordeelt Myntro in de proceskosten van € 64,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Myntro niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.
62938

Voetnoten

1.Nederland en Zwitserland zijn beide partij bij het verdrag van Lugano 2007. Uit artikel 15 en Pro 16 van dit verdrag volgt dat de rechter van de woonplaats van de consument in dit geval bevoegd is.
2.Artikel 14 lid 2 Verordening Pro (EG) 593/2008 (Rome I).
3.Artikel 6 lid 1 Verordening Pro (EG) 593/2008 (Rome I).