Uitspraak
[handelsnaam],
1.De procedure
- de dagvaarding van 10 september 2025 met producties,
- de conclusie van antwoord in conventie tevens van eis in reconventie van 26 november 2025 met producties,
- de conclusie van antwoord in reconventie van 12 februari 2026 met producties.
[eiser] vordert betaling van het restantbedrag van de aanneemsom (€ 3.270,00) voor de schilderwerkzaamheden die hij heeft verricht aan de woning en bijgebouwen van [gedaagde ] .
Volgens [eiser] zijn de werkzaamheden opgeleverd. [gedaagde ] vindt dat zij het bedrag van € 3.270,00 niet hoeft te betalen, omdat zij en [eiser] hadden afgesproken dat zij hem € 40,00 per uur zou betalen op regiebasis en zij alles al (zelfs te veel) aan [eiser] heeft betaald. Daarnaast zijn de herstel- en schilderwerkzaamheden volgens haar niet opgeleverd. [gedaagde ] vindt ook dat [eiser] niet heeft voldaan aan informatieverplichtingen en dat daarom als sanctie de eventueel toe te wijzen hoofdsom met 40% moet worden verlaagd.
In reconventie stelt [gedaagde ] dat [eiser] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomsten en hij haar een schadevergoeding moet betalen voor de herstelkosten die zij moet maken om het werk van [eiser] alsnog goed te laten uitvoeren. Deze herstelkosten zijn volgens het expertiserapport dat [gedaagde ] heeft overgelegd € 12.150,00 en dit bedrag vordert [gedaagde ] van [eiser] .
3.De beoordeling
en bijgebouwen van [gedaagde ] ;
en
- [eiser] eerst houtwerk aan de buitenzijde van de woning en bijgebouwen van [gedaagde ] heeft hersteld;
- hij deze werkzaamheden in november 2024 heeft afgerond;
- [gedaagde ] vervolgens de facturen daarvoor heeft betaald.
in dit gevalniet (ambtshalve) te beoordelen of het kostenbeding ten aanzien van het meerwerk in de overeenkomst die [eiser] en [gedaagde ] met elkaar zijn aangegaan, onredelijk bezwarend is. [eiser] heeft geen meerwerk uitgevoerd of in rekening gebracht bij [gedaagde ] . De vordering van [eiser] ziet alleen op de overeengekomen aanneemsom voor de overeengekomen schilderwerkzaamheden en niet op meerwerk.
Op basis van dit artikel heeft [eiser] niet de verplichting [gedaagde ] te informeren over een recht de overeenkomst na sluiting binnen veertien dagen te ontbinden. Omdat gesteld noch gebleken is dat commerciële garanties contractueel van toepassing zijn, is er geen verplichting voor [eiser] om [gedaagde ] daarover te informeren. De gevorderde sancties op de schendingen van die informatieplichten worden dus afgewezen.