Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
- Uitgangspunt is dat de aandeelhoudersvergadering het orgaan is dat het uiteindelijk voor het zeggen heeft. Artikel 2:244 BW Pro bepaalt dat iedere bestuurder te allen tijde kan worden geschorst en ontslagen door het orgaan dat bevoegd is tot benoeming, en dat is hier de aandeelhoudersvergadering.
- De bepaling van artikel 2:227 lid 7 BW Pro dat de bestuurders een raadgevende stem hebben geldt ook voor bestuurders wiens ontslag op de agenda staat. De bestuurder moet in de gelegenheid worden gesteld advies te geven over het voorgenomen besluit. Het uitbrengen van dit advies is geen formaliteit, maar moet kunnen bijdragen aan de inhoud van de besluitvorming.
“ (…) Ontslag van een bestuurder anders dan op eigen verzoek, vindt niet plaats voordat hij is gehoord of in de gelegenheid is gesteld gehoord te worden in een Algemene Vergadering.”
morgengenomen is, het dan een fait accompli is. Uit het telefoongesprek kan dan ook niet worden geconcludeerd dat er voorafgaand aan de AVA evident sprake was van een voldongen feit. [4]
4.De beslissing
WD 5648