ECLI:NL:RBMNE:2026:4810
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op WIA-herbeoordelingsverzoek
Eiseres heeft op 4 juni 2024 een verzoek tot herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Verweerder heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, wat onomstreden is. Na ontvangst van een ingebrekestelling op 3 februari 2025 verstreken twee weken zonder besluit, waarna eiseres op 27 februari 2026 beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien het tekort aan verzekeringsartsen stelt de rechtbank een termijn van vier maanden vast, aansluitend bij eerdere jurisprudentie. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000 voor overschrijding van deze termijn.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht van €397 en een proceskostenvergoeding van €467 aan eiseres. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 8 mei 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen vier maanden alsnog te beslissen onder dreiging van een dwangsom.