ECLI:NL:RBMNE:2026:4861

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
28 juli 2026
Zaaknummer
UTR 26/1605
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht bij herbeoordeling arbeidsongeschiktheid

Stichting Humanitas DMH heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit over de herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een cliënt op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat het griffierecht van € 397,- niet tijdig is betaald. De rechtbank heeft eiseres op 28 februari 2026 aangetekend verzocht het griffierecht binnen twee weken te voldoen, wat op 4 maart 2026 is ontvangen. Het griffierecht is echter niet binnen de gestelde termijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank.

Omdat eiseres geen geldige reden heeft gegeven voor de late betaling, is het beroep volgens artikel 8:54 Awb Pro niet-ontvankelijk verklaard en wordt het niet inhoudelijk behandeld. Het te late betaalde griffierecht zal worden terugbetaald. Er is geen vergoeding van proceskosten toegekend.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/1605

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 mei 2026 in de zaak tussen

Stichting Humanitas DMH voor Dienstverlening aan Mensen met een Hulpvraag, gevestigd te Nieuwegein, eiseres
(gemachtigde: L. Badri),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het niet tijd nemen van een besluit op het verzoek om herbeoordeling van mevrouw [naam] haar arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1] Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet tijdig betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene Wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 397,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 28 februari 2026 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. Deze brief is volgens de track & trace bezorgd op 4 maart 2026.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet op tijd ontvangen. Eiseres heeft daar geen reden voor gegeven.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
8. Omdat eiseres het griffierecht wel heeft betaald, maar te laat, zal dit aan haar worden terugbetaald.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van E.H.M. Jansen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).