In deze civiele zaak tussen de Gemeente Nieuwegein en een onderneming staat de hoogte van de schadeloosstelling ter discussie. Partijen zijn het erover eens dat de gemeente schadeloosstelling moet betalen, maar verschillen van mening over het bedrag. De gemeente stelt een bedrag van €108.043,- voor, terwijl de onderneming een hogere schadeloosstelling van €264.000,- tot €349.800,- eist, afhankelijk van voortzetting of liquidatie.
De kantonrechter oordeelt dat voortzetting van de onderneming op een andere locatie dan de oorspronkelijke locatie mogelijk is, mits deze redelijk bereikbaar is vanuit Nieuwegein met het openbaar vervoer. De stelling van de onderneming dat voortzetting alleen op de oorspronkelijke locatie mogelijk is, wordt verworpen.
Omdat partijen het niet eens zijn over de hoogte van de schade, overweegt de kantonrechter een deskundigenbericht in te stellen. Partijen krijgen de gelegenheid zich uit te laten over de wenselijkheid, het aantal en specialisme van de deskundigen en de te stellen vragen. De kantonrechter stelt voorlopig voor één deskundige te benoemen met specifieke vragen over de schadeberekening.
De kosten van de deskundige worden voorlopig gelijkelijk over partijen verdeeld, met een definitieve beslissing hierover in het eindvonnis. Partijen worden verzocht in onderling overleg een deskundige te kiezen, bij gebrek aan overeenstemming zal de kantonrechter een deskundige benoemen. De zaak wordt op de rol gezet voor verdere schriftelijke behandeling. Tevens wordt de gemeente geadviseerd een voorschot op de schadeloosstelling te betalen om liquiditeitsproblemen te voorkomen.