Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere
Inleiding
Achtergrond van de besluiten
Kamerstukken II2021/22, 36151, nr. 3). Onderdeel van de Wht is de Kindregeling, op grond waarvan kinderen van gedupeerde ouders een financiële tegemoetkoming krijgen, en gebruik kunnen maken van hulp en brede ondersteuning.
niethet collegegeld van € 2.530,- (studiejaar 2024/2025).
Bestreden besluit en advies van de commissie (in essentie)
Beroepsgronden (in essentie)
Beoordeling door de rechtbank
Het noodzaakcriterium
Aanwezigheid van een ‘startkwalificatie’
“Minimaal de beschikking hebben over een startkwalificatie of duurzaam kunnen participeren in een arbeidsproces.” [4] Ook is in de handreiking opgenomen dat op grond van maatwerk de meest adequate hulp kan worden ingezet die nodig wordt gevonden.
De mogelijkheid van het afsluiten van een lening bij DUO
Het gelijkheidsbeginsel
anderegemeenten wel op basis van de Kindregeling sprake zou zijn van een volledige vergoeding van studiekosten maakt ook niet dat sprake is van een schending van het gelijkheidsbeginsel. Bij een beroep op het gelijkheidsbeginsel gaat het er om dat
hetzelfdebestuursorgaan vergelijkbare gevallen gelijk moet behandelen. [6] Van een ongelijke behandeling van gelijke gevallen door het college is niet gebleken. De beroepsgrond slaagt niet.