RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: G. Glaasker),
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere
(gemachtigde: mr. N. Doran).
Inleiding
1. Deze zaak gaat over de brede ondersteuning die door het college aan eiseres wordt geboden op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college geen maatwerk heeft geleverd omdat zij bij de beoordeling van de aanvraag onvoldoende is ingegaan op de individuele omstandigheden van eiseres. Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Achtergrond van de besluiten
2. Tussen 2004 en 2019 is bij veel ouders onterecht de kinderopvangtoeslag stopgezet en de ontvangen toeslag van hen teruggevorderd. Door het handelen van de Belastingdienst/Toeslagen (nu: de Dienst Toeslagen) kwamen deze ouders (langdurig) in een nare situatie terecht, met grote financiële problemen en veel onzekerheid. Zij hebben hierdoor financiële schade geleden en zijn in hun rechtsgevoel geschaad omdat zij onterecht als fraudeur zijn bestempeld. Met de hersteloperatie probeert de overheid de gedupeerden recht te doen en hen te helpen om een nieuwe start te maken. Een onderdeel van die operatie is de brede ondersteuning door gemeenten. Deze ondersteuning is bedoeld voor het maken van een nieuwe start voor gedupeerden, na de problemen als gevolg van de toeslagenaffaire. Als uitgangspunt geldt dat gemeenten op grond van een plan van aanpak ondersteuning bieden op de vijf leefgebieden, waardoor een gedupeerde en diens gezin zo snel mogelijk en zo goed als mogelijk hun leven weer op de rit kunnen krijgen. Dit volgt uit de Memorie van Toelichting (MvT) op de Wht (
Kamerstukken II2021/22, 36151, nr. 3). Onderdeel van de Wht is de Kindregeling, op grond waarvan kinderen van gedupeerde ouders een financiële tegemoetkoming krijgen, en gebruik kunnen maken van hulp en brede ondersteuning.
3. Eiseres is erkend kind van een ouder, die als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire is aangemerkt. In het kader van de Kindregeling heeft zij op 9 augustus 2024 een aanvraag ingediend voor vergoeding van schoolgeld en schoolboeken.
4. Het college heeft met het besluit van 22 augustus 2024 (het primaire besluit) beslist de kosten van schoolboeken tot een bedrag van € 263,03 te vergoeden, maar
niethet collegegeld van € 2.530,- (studiejaar 2024/2025).
5. Het bezwaar hiertegen heeft het college met het besluit van 24 april 2025 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard. Voor de motivering heeft het college verwezen naar het advies van de bezwaarschriftencommissie (de commissie) van 17 april 2025.
6. Eiseres heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep 15 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van partijen deelgenomen, evenals eiseres met haar zus R.P.A. Glaasker en moeder F. Sedighi.
Bestreden besluit en advies van de commissie (in essentie)
7. Het college stelt dat de aanvraag voor een financiële bijdrage voor collegegeld terecht is afgewezen. Voor het leefgebied ‘werk’ is het doel om duurzaam te participeren in het arbeidsproces en minimaal te beschikken over een startkwalificatie. Eiseres voldoet hier aan, omdat zij een vwo-diploma heeft. De wens om te studeren aan de VU gaat verder dan noodzakelijk om duurzaam deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Daarnaast kan eiseres een deel van het collegegeld voldoen door middel van een basisbeurs van DUO.Dit is in eerste instantie een lening, maar wordt omgezet in een gift als eiseres binnen tien jaar een diploma behaalt. Afhankelijk van de financiële situatie van haar ouders kan eiseres eventueel ook gebruikmaken van een aanvullende beurs. Ook heeft eiseres een bijbaan, waarmee zij gedeeltelijk de kosten kan voldoen.