ECLI:NL:RBMNE:2026:518
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A.M. Elzakkers
- R.C. Moed
- J.A.J. Woutersen
- Rechtspraak.nl
Last onder dwangsom voor ongeregistreerde kinderopvang door naschoolse workshops
Eiser exploiteerde buitenschoolse activiteiten die het college kwalificeerde als ongeregistreerde kinderopvang, waarop het college een last onder dwangsom oplegde. Eiser betwistte dit en voerde onder meer aan dat zijn activiteiten informeel onderwijs zijn en niet onder de Wet kinderopvang vallen.
De rechtbank stelde vast dat het college een zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij toezichthouders op locatie kinderen aantroffen en vaststelden dat er sprake was van verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen. De activiteiten voldeden aan de ruime definitie van kinderopvang in de Wko, ook al werden de kinderen niet de hele dag opgevangen en was er geen verplichte afname van uren.
Verder oordeelde de rechtbank dat het college terecht handhavend optrad en de last onder dwangsom oplegde, omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die handhaving onevenredig maakten. Het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel werden niet geschonden, aangezien eiser geen concrete toezeggingen kon aantonen en vergelijkbare gevallen gelijk werden behandeld.
De rechtbank verwierp ook de stellingen over onzorgvuldig onderzoek, schending van hoor en wederhoor en vooringenomenheid. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en hij kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het college terecht een last onder dwangsom heeft opgelegd wegens ongeregistreerde kinderopvang.