ECLI:NL:RBMNE:2026:531
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens laattijdige aanvraag en arbeidsvermogen
Eiseres, bekend met astma, fibromyalgie, autisme en psychische klachten, vroeg op 23 april 2024 een Wajong-uitkering aan, bijna acht jaar na haar 18e verjaardag. Het UWV wees de aanvraag af omdat eiseres volgens medisch en arbeidskundig onderzoek over arbeidsvermogen beschikt. Eiseres maakte bezwaar, dat werd afgewezen, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank hield op 7 augustus 2025 een zitting en stelde het onderzoek aan om aanvullende medische stukken te ontvangen, waaronder een slaaponderzoek en een verklaring van een stagebegeleider. Na sluiting van het onderzoek op 1 december 2025 beoordeelde de rechtbank of eiseres in de periode van haar 18e tot vijf jaar daarna haar arbeidsvermogen had verloren, zoals vereist bij een laattijdige aanvraag.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen concludeerden dat eiseres over voldoende arbeidsvermogen beschikt. De beperkingen van eiseres werden erkend, maar zij kon toch een uur aaneengesloten en vier uur per dag werken, en beschikte over basale werknemersvaardigheden. De aanvullende stukken boden geen nieuwe inzichten die tot een andere conclusie leidden.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de Wajong-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende bewijs van duurzaam arbeidsongeschiktheid in de relevante periode.