Uitspraak
18.3824 WAJONG
OVERWEGINGEN
.Deze voorwaarden behoeven daarom geen verdere bespreking.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds 2010 een Wajong-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%. Het UWV heeft in 2017 vastgesteld dat zij arbeidsvermogen heeft, waarop de uitkering werd verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit wegens procedurele tekortkomingen, maar handhaafde de verlaging van de uitkering op basis van een voldoende zorgvuldig medisch onderzoek.
In hoger beroep betwist appellante de beoordeling van het UWV en stelt dat haar psychische en lichamelijke klachten zijn toegenomen, waaronder PTSS en knieproblemen, en dat zij niet in staat is vier uur per dag te werken. De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat er geen aanleiding is voor nader onderzoek of het inschakelen van een deskundige. De Raad volgt het standpunt dat appellante basale werknemersvaardigheden bezit en ten minste vier uur per dag belastbaar is.
De Raad concludeert dat appellante over arbeidsvermogen beschikt en dat de verlaging van de Wajong-uitkering per 1 januari 2018 terecht is. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante arbeidsvermogen heeft en de Wajong-uitkering terecht is verlaagd naar 70% van het minimumloon per 1 januari 2018.