ECLI:NL:RBMNE:2026:549
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslistermijn overschreden bij bezwaar tegen UWV, dwangsom en proceskosten toegekend
Eiser diende op 4 december 2024 een bezwaarschrift in bij het UWV. Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, wat onomstreden is. De rechtbank stelt vast dat verweerder de ingebrekestelling op 19 juni 2025 ontving en sindsdien de wettelijke termijn van twee weken is verstreken zonder besluit.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak een beslissing moet nemen. Gezien het tekort aan verzekeringsartsen acht de rechtbank deze termijn passend, aansluitend bij eerdere jurisprudentie. Voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast krijgt eiser een proceskostenvergoeding van € 467,- toegekend, omdat hij een professionele juridische hulpverlener inschakelde, en wordt het griffierecht van € 53,- aan eiser vergoed. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op alsnog te beslissen binnen de gestelde termijn.
Uitkomst: Het UWV moet binnen twee maanden alsnog beslissen op het bezwaar en betaalt een dwangsom en proceskosten aan eiser.