Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser,
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , verweerder
Procesverloop
28 mei 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
Overwegingen
- [adres 2] , verkocht op 16 oktober 2021 voor € 2.687.500,-;
- [adres 3] , verkocht op 9 september 2022 voor € 1.975.000;
- [adres 4] , verkocht op 8 juli 2022 voor € 2.137.500,-;
- [adres 5] , verkocht op 7 juni 2022 voor € 1.851.000,-;
- [adres 6] , verkocht op 3 maart 2023 voor € 1.800.000,-
- [adres 7] , verkocht op 6 mei 2022 voor € 2.500.000,-.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. M.A. Barmentlo, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op