De werknemer is op 12 oktober 2024 in dienst getreden en raakte op 23 november 2024 arbeidsongeschikt door een fietsongeval. De werkgever stopte de loondoorbetaling per 20 mei 2025 vanwege het niet nakomen van reïntegratieverplichtingen door de werknemer, die afspraken met de bedrijfsarts zonder geldige reden niet is nagekomen.
De werknemer vorderde betaling van achterstallig loon en een transitievergoeding. De kantonrechter oordeelde dat de loonstop terecht was, omdat de werknemer zonder deugdelijke grond niet meewerkte aan redelijke voorschriften van de werkgever en de bedrijfsarts. De werknemer had zich niet tot het UWV gewend voor een deskundigenoordeel over zijn arbeidsongeschiktheid.
Wel werd vastgesteld dat de werkgever de transitievergoeding onjuist had berekend door deze slechts tot de loonstop toe te kennen. De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot betaling van de transitievergoeding over de gehele duur van het dienstverband, inclusief de periode na de loonstop, minus reeds betaalde bedragen.
De proceskosten werden gecompenseerd en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Alle overige verzoeken van de werknemer werden afgewezen.