3.3.3Bewijsmiddelen t.a.v. feit 2
De rechtbank oordeelt dat de onder feit 2 tenlastegelegde pogingen tot woninginbraken zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de volgende bewijsmiddelen:
Bewijsmiddelen t.a.v. [adres 6]
In het
proces-verbaal van aangiftevan 26 december 2024 heeft [aangever 3] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, verklaard:
Ik doe aangifte van poging inbraak in mijn woning. Op 26 december 2024, omstreeks 01.45 uur, lag ik te slapen. Ik werd wakker van de deurbel. Ik zag dat de politie voor de deur stond.
De politie vertelde mij dat er geprobeerd was om in te breken. Ik zag dat het keukenraam van mijn woning kapot was. Toen ik naar bed ging, was dit raam nog heel. Ik zag dat de inbrekers niet binnen zijn geweest.
In het
proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 6] [plaats] ),genummerd PL0900-2024408505-4, is onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, geverbaliseerd:
Op 26 december 2024 om 10:30 uur kwam ik voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 6] , [plaats] . Voorafgaand aan het door mij ingestelde forensische onderzoek, verkreeg ik de volgende informatie: Poging woninginbraak met zichtbare braaksporen en gebroken ruit keukenraam. schoenafdrukken op tuinbank.
Ter plaatse werd ik aangesproken door de zoon en dochter van aangeefster mevrouw [aangever 3] . Zij verklaarden mij dat een buurjongen glasgerinkel gehoord had en lichten zag en daarop de politie gebeld had.
Op 26 december 2024 om 10:30 uur startte ik mijn onderzoek. Ik zag aan de zijkant van de woning een uitzet raam. Ik zag achter dit raam de keuken. Ik zag dat de ruit gebroken was. Ik zag in de sluitnaad van het raam meerder indrukken en krassen. Ik zag dat een deel versplinterd was. Ik herken deze indrukken als zijnde veroorzaakt door het wrikken met een werktuig. Ik zag links van het raam een wit tuinbankje staan. Ik zag op de rechterhoek van het zitgedeelte meerdere afdrukken gezet met modder en zand. Ik zag in de afdrukken een bogen en blokken patroon. Het is vrijwel zeker dat de dader(s) de woning van de voorzijde benaderd hebben. Het is aannemelijk dat de dader(s) over de hek met haag geklommen zijn. Het is vrijwel zeker dat het raam geprobeerd is te openen door wrikken met een werktuig. Het is aannemelijk dat de dader(s) gestopt zijn door ontdekking en via dezelfde weg de tuin verlaten hebben.
In het
proces-verbaal van bevindingen, genummerd 2501231310.AMB, is onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, geverbaliseerd:
Gedurende onderzoek Umbra werd middels een technisch hulpmiddel vertrouwelijke communicatie opgenomen, gevoerd in het voertuig met kenteken [kenteken] . Uit onderzoek naar opgenomen communicatie bleek dat de gebruiker van het voertuig, de verdachte [medeverdachte 1] , veelvuldig met anderen sprak over het plegen van woninginbraken.
Naar aanleiding hiervan is onderzoek gedaan naar de in onderzoek Umbra vanaf 20 december 2024 middels een baken verkregen locatiegegevens van genoemd voertuig. Uit dit onderzoek is gebleken dat het voertuig vermoedelijk betrokken is geweest bij meerdere woninginbraken in december 2024 in Lelystad. In onderhavig proces-verbaal staat beschreven hoe uit feiten en omstandigheden is gebleken dat de volgende verdachten vermoedelijk betrokken zijn bij een woninginbraak op 26 december 2024 op het adres [adres 6] te [plaats] :
- [verdachte] , geboren op [2007] te [geboorteplaats] in Tunesië.
Blijkens de locatiegegevens reed het voertuig naar [plaats] en stopte het ongeveer een kwartier vlakbij de woning van een andere verdachte uit onderzoek Umbra, genaamd [verdachte] , wonende [adres 10] in [woonplaats] . Uit de locatiegegevens van het voertuig was hierna te zien dat deze omstreeks 22.32 uur weer parkeerde bij [straat] . Op de camerabeelden was te zien dat een persoon die ik op de bewegende beelden herkende als [medeverdachte 2] de woning [adres 9] in ging, waarna direct daarna een persoon die ik op de bewegende beelden herkende als [medeverdachte 1] , samen met een persoon met capuchon op dezelfde woning in ging. Ik zag dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en een derde man die ik direct herkende als de in onderzoek Umbra als verdachte aangemerkte [verdachte] op 26 december omstreeks 00:31 uur weer de woning verlieten. Ik heb [verdachte] gedurende onderzoek Umbra wekenlang veelvuldig op de camerabeelden van [straat] gezien, om die reden ben ik bekend geraakt met zijn uiterlijk, zijn postuur en zijn manier van lopen. Om deze reden herkende ik hem direct. Vermoedelijk was [verdachte] de persoon die eerder op de avond met capuchon op naar binnen was gegaan.
Er werd aangifte gedaan ter zake een poging tot woninginbraak op het adres [adres 6] te [plaats] . Verder is door de verbalisanten die de melding kregen het volgende vastgelegd:
“Bij het inrijden van de wijk reed er een [bijnaam 1 verdachte] grijze auto de wijk uit. Mogelijk een Citroen C1 of Peugeot 107 of Toyota Aygo. Misschien dat deze er wat mee te maken heeft gehad.”
Uit de locatiegegevens bleek dat het voertuig [kenteken] (betreft een Toyota Aygo) op 26 december 2024 vanaf omstreeks 01:22 uur stilstond vlakbij de woning waar de poging tot inbraak plaatsvond. Op camerabeelden vanaf de woning [adres 11] waren twee personen te zien op het tijdstip 01:22:20. Globaal gezien kwamen deze personen uit de richting van het geparkeerde voertuig en liepen zij in de richting van de woning waarin gepoogd werd in te breken. Op het tijdstip 01:34:59 waren opnieuw twee personen te zien op de camerabeelden, die globaal gezien vanaf de woning waarin gepoogd werd in te breken kwamen lopen en in de richting van het geparkeerde voertuig liepen.
Het voertuig reed hierna door Lelystad en ging uiteindelijk weer richting [plaats] , mogelijk om [verdachte] thuis te brengen.
Bewijsmiddelen t.a.v. [adres 7]
In het
proces-verbaal van aangiftevan 27 december 2024, heeft [aangever 4] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, verklaard:
Ik doe aangifte van poging inbraak in mijn vrijstaande woning aan de [adres 7] te [plaats] . Op 26 december 2024, omstreeks 22:00 uur, ging ik in mijn slaapkamer in bed liggen en viel ik in slaap. Omstreeks 23:45 uur, schrok ik plotseling wakker en hoorde ik hard glasgerinkel. Ik voelde overal in mijn bed glas liggen. Ik zag dat het raam kapot was en overal in de slaapkamer glas lag. Ik zag een grote stoeptegel op mijn bed liggen. Ik herkende de tegel niet.
Bewijsmiddelen t.a.v. [adres 8]
In het
proces-verbaal van aangiftevan 29 december 2024, heeft [aangever 5] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, verklaard:
Op 26 december 2024 omstreeks 11:45 uur ben ik samen met mijn gezin in de auto gestapt om richting Voorthuizen te gaan. Ik heb mijn woning goed afgesloten voordat wij vertrokken. Op alle ramen en deuren in de woning zit het systeem bevestigd. Deze heb ik op 26 december 2024 om 11:50 uur erop gezet. Op 28 december 2024 om 02:04:20 uur is mijn alarm systeem afgegaan. Ik zag dit omstreeks 9:17 uur. Ik heb toen mijn oude buurvrouw [C] gebeld, zij is toen richting onze woning gegaan. Hier zag [C] dat er schade was aan de twéé schuifpuien en aan het raam aan de achterzijde van de woning. Om 9:38 uur vertelde [C] mij dat er niks weg was vanuit de woning en dat ze niet binnen zijn geweest.
Op 28 december 2024 kwam ik thuis en zag toen de schade aan mijn woning. De twee schuifpuien aan de achterzijde zijn ontzet hier is een knoest te zien midden in de pui, er is een noest van twéé centimeter breed. De schuifpui wil niet meer goed schuiven en is licht ontzet. Het raam aan de achterzijde is ontzet, de klem is aan de binnenkant gebogen en wilt niet meer goed sluiten. Het houten kozijn is gesplinterd aan de kant van de sluiting is een knoest te zien van twéé centimeter breed.
Bewijsmiddelen t.a.v. alle drie woninginbraken
Op zittingvan 3 februari 2026 heeft [verdachte] het volgende, zakelijk weergegeven, verklaard:
Tijdens de pogingen tot woninginbraken aan de [adres 6] , [adres 7] en [adres 8] heb ik met anderen in de grijze auto gezeten. Ik wist wat er ging gebeuren. Het plan was dat ik bij de inbraken op de uitkijk zou staan of naar binnen ging, als er een steen naar binnen werd gegooid en er vervolgens geen alarm werd geslagen.
Bewijsoverwegingen t.a.v. feit 2
[verdachte] heeft op zitting bekend dat hij op de pleegdata samen met de medeverdachten in dezelfde auto zat en wist wat er op dat moment zou gebeuren. Er was een duidelijk plan om inbraken te gaan plegen. Door het gooien van een stoeptegel, het kapot maken van een raam of een schuifpui te ontzetten is er naar de uiterlijke verschijningsvormen een begin van uitvoering gemaakt aan de woninginbraken. Het is voor de rechtbank niet relevant wie van de verdachten een stoeptegel bij de woningen naar binnen gooide. De rollen van de verdachten waren in die zin inwisselbaar. [verdachte] is samen met de medeverdachten op pad gegaan en heeft over zijn aandeel bekend dat hij op de uitkijk stond, of naar binnen zou gaan als er geen alarm werd geslagen nadat er een stoeptegel naar binnen werd gegooid. De rechtbank stelt vast dat [verdachte] hiermee een voldoende significante bijdrage heeft geleverd, waardoor er sprake is van medeplegen. De rechtbank acht daarom bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan de pogingen tot woninginbraken bij de [adres 6] , [adres 7] en [adres 8] in [plaats] .
3.3.4Bewijsmiddelen t.a.v. feit 3
De rechtbank oordeelt dat het onder 3 tenlastegelegde feit is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de volgende bewijsmiddelen:
In het
proces-verbaal van bevindingen, genummerd 2501290922PVB, is onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, geverbaliseerd:
Uit onderzoek blijkt dat [verdachte] vermoedelijk de gebruiker van het telefoonnummer
[telefoonnummer] is. Uit de hierbij gegenereerde gegevens blijkt dat er voor dit nummer gebruik wordt gemaakt van een mobiele telefoon voorzien van het IMEI nummer [IMEI nummer] .
Daarnaast blijkt uit onderzoek dat [verdachte] vanaf 20 november 2024 ook nog gebruik maakte van het telefoonnummer [deallijn] (deallijn). Tijdens de communicatie met dit nummer maakte [verdachte] gebruik van zijn eigen telefoon voorzien van IMEI nummer [IMEI nummer] .
In het
proces-verbaal van bevindingen, genummerd 2501271623.PVB, is onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, geverbaliseerd:
Deallijn [deallijn]
Over de periode vanaf 27 november 2024 tot en met 20 januari 2025 werd de telecommunicatie onderzocht, gevoerd met de mobiele telefoon voorzien van IMEInummer [IMEI nummer] . Vastgesteld werd dat deze telefoon geregeld voorzien werd van een ander telefoonnummer. Onderstaand een overzicht welke telefoonnummers en in welke periode deze gebruikt werden:
[telefoonnummer] , 21 november 2024 t/m 1 december 2024;
[telefoonnummer] , 1 december 2024 t/m 26 december 2024.
Over de periode vanaf 21 november 2024 werden verkeersgegevens verkregen van het
telefoonnummer [telefoonnummer] , Uit de verkregen gegevens blijkt dat het genoemde telefoonnummer gebruikt werd in een mobiele telefoon voorzien van IMEInummer [IMEI nummer] . Uit onderzoek in het informatiesysteem van de politie naar de tegencontacten bleken meerdere telefoonnummers gekoppeld aan personen die bekend zijn met het gebruik van verdovende middelen.
Over de gehele periode waarin de telecommunicatie van genoemde telefoon werd opgenomen, met uitzondering van de periode vanaf 14 december 2024 tot en met 25 december 2024, blijkt dat er dagelijks telefoongesprekken werden gevoerd waaruit drugshandel blijkt. Uit de inhoud van de opgenomen telecommunicatie blijkt dat de klanten van de deallijn ‘wit en ‘bruin’ bestellen ook wel licht’ en ‘donker’ of ‘koffie’ genoemd, waarbij in de drugshandel normaliter gedoeld wordt op cocaïne en heroïne.
Uit de inhoud van de opgenomen telecommunicatie blijkt dat de deallijn bekend is onder de naam [contactnaam 2 verdachte] . Gedurende de periode waarin de telecommunicatie van de deallijn onderzocht werd, werden de klanten van de deallijn geregeld geïnformeerd over de status van de deallijn of over speciale (promotie)acties. Deze communicatie bestond veelal uit SMS-berichten waarin aangegeven werd dat de deallijn actief is, er een actie loopt of dat er gebruik wordt gemaakt van een nieuw telefoonnummer. Deze SMS-berichten werden telkens verstuurd naar tientallen tegencontacten/klanten. Daarnaast werd ook in telefoongesprekken met klanten veelvuldig aangegeven dat zij spreken met [contactnaam 3 verdachte] / [contactnaam 2 verdachte] , vermoedelijk doelend op de gelijknamige deallijn.
Beheerder/ [bijnaam 1 verdachte]
Uit de inhoud van de opgenomen telecommunicatie gevoerd met de deallijn zijn een aantal
telefoongesprekken gevoerd waarbij de beheerder van de deallijn aangeeft dat hij [contactnaam 2 verdachte] is,
doelend op de deallijn, en zichzelf aanvullend omschrijft als ‘ [bijnaam 1 verdachte] ’. Op 14 januari 2025 werd door één van de beheerder(s) van de deallijn aangegeven dat ‘ [bijnaam 1 verdachte] ’ opgepakt was.
[verdachte] één van de beheerders van deallijn
Gedurende het onderzoek werd vastgesteld dat verdachte [verdachte] de gebruiker was van een mobiele telefoon die voorzien was van het IMEInummer [IMEI nummer] .Hij gebruikte deze telefoon ook voor de drugshandel, zoals blijkt uit de inhoud van de nader gerelateerde opgenomen telecommunicatie.
Over de periode vanaf 20 november 2024 werd de telecommunicatie onderzocht die gevoerd werd met de (privé)telefoon voorzien van het IMEInummer [IMEI nummer] en het met deze telefoon gebruikte telefoonnummer [deallijn] .
Uit de inhoud van de opgenomen telecommunicatie blijken de eerste dagen enkele
drugsdealgesprekken. De gebruiker van de (privé)telefoon geeft bij meerdere tegencontacten aan dat zij op het andere nummer moeten bellen en zegt dat dit zijn privénummer is.
Op 5 december 2024 te 09:21 uur werd er door de gebruiker van de (privé)telefoon, die nog steeds voorzien was van het telefoonnummer [telefoonnummer] , een telefoongesprek gevoerd waarin hij zich voorstelde als ' [verdachte] , [bijnaam 1 verdachte] ’.
Loopjongen gepakt
Op 13 december 2024 werd door de beheerder van de deallijn in twee telefoongesprekken
aangegeven dat zijn loopjongen (de koerier) was overvallen. Het is goed mogelijk dat deze situatie er toe geleid heeft dat er vanaf 14 december 2024 tot en met 25 december 2024 geen (reguliere) drugsdealgesprekken werden gevoerd. Als op 26 december 2024 de deallijn opnieuw actief wordt
lijkt de mobiele telefoon vooral beheerd te worden door iemand anders dan ervoor.
Aanhoudingen
Op 9 januari 2025 werd door mevrouw [slachtoffer 2] een telefoongesprek gevoerd. Het tegencontact vraagt aan [slachtoffer 2] naar het telefoonnummer van ‘ [bijnaam 1 verdachte] ’. Hierop zegt [slachtoffer 2] dat die vastzit.
Op 8 januari 2025 werd verdachte [verdachte] aangehouden op verdenking van het voorhanden hebben van een vuurwapen. Ten tijde van het opmaken en ondertekenen van dit proces-verbaal zat verdachte [verdachte] nog in voorlopige hechtenis.
Resume
Uit de gerelateerde tapgesprekken kan opgemaakt worden dat de eerste drugsdealgesprekken met de dealtelefoon gevoerd werden op het moment dat de dealtelefoon voorzien was van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Dit vond plaats vanaf 27 november 2024. Uit verkregen historische verkeersgegevens blijkt dat dit telefoonnummer vanaf 21 november 2024 gebruikt werd in de dealtelefoon.
Tevens lijkt naar voren te komen dat [verdachte] , die kennelijk de bijnaam ‘ [bijnaam 1 verdachte] ’ heeft, een telefoon gebruikte waar de ‘oude’ telefoonnummers van de/een deallijn in werden geplaatst. Dit werd mogelijk gedaan om te voorkomen dat de deallijn klanten kwijt zou raken. Zoals klanten die niet geïnformeerd zijn over de simwissel van de deallijn of vergeten zijn om de simwissel van de deallijn hun eigen telefoon op te slaan. Door ook het ‘oude’ dealnummer nog een poosje actief te houden, konden de klanten die contact zochten met het oude dealnummer alsnog/nogmaals geïnformeerd worden over de reeds uitgevoerde simwissel van de deallijn.
In het
proces-verbaal van bevindingen, genummerd 2501230845PVB, is onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, geverbaliseerd:
Op [adres 9] staat vanaf 26 juni 2024 een persoon ingeschreven te weten:
- [slachtoffer 2] , geboren op [1957] te [geboorteplaats] .
[slachtoffer 2] is blijkens de politiesystemen geregistreerd als drugsgebruiker. Het is het onderzoeksteam bekend dat dealers vaak gebruik maken van de woning van drugsgebruikers om drugs te koken, verpakken, stashen en/of verhandelen.
Voordat [slachtoffer 2] op [straat] woonde, kwam er bij de politie informatie binnen dat een groep, waar onder andere verdachte [medeverdachte 2] deel van uitmaakte, de woning van [slachtoffer 2] zou gebruiken als adres om goederen onder te brengen. Nu [slachtoffer 2] woonachtig is op [adres 9] is vorenstaande wederom het geval.
Gedurende het onderzoek werd duidelijk dat er door meerdere verdachten gebruik werd gemaakt van de woning op [adres 9] in [plaats] . Tijdens het onderzoek is er op 15 november 2024, een heimelijke camera geplaatst op [straat] met zicht op de woning met nummer [huisnummer] .
[verdachte]
maakt tevens deel uit van de groep rondom [medeverdachte 2] . Op vrijdag 22 november 2024, om 11.25 uur, is op de camerabeelden te zien dat een persoon de woning betreedt. Deze persoon betreft verdachte [verdachte] . Ik herken [verdachte] aan de hand van wekenlange analyse van camerabeelden. Ik herken hem vooral door zijn jonge uiterlijk maar ook aan de hand van zijn gezicht, postuur, manier van lopen en Kleding.
Camerabeelden in combinatie met dealgesprekken
Uit de geïntercepteerde telecommunicatie van de deallijn, in combinatie met de camerabeelden van [adres 9] blijkt dat de bestellingen die gedaan worden op de deallijn, onder andere bezorgd worden vanaf [adres 9] . Tevens blijkt uit vorenstaand gerelateerde geïntercepteerde telecommunicatie de aanwezigheid van [verdachte] op [adres 9] .
Pauze in deallijn
Op zondag 15 december 2024, om 19.48 uur, wordt [verdachte] gebeld door iemand uit de
penitentiaire inrichting. [verdachte] zegt in dit gesprek onder andere dat hij die ding stop gezet heeft, het hete shit is, dat hij een beetje heet is en echt even rustig doet.
Uit analyse van de camerabeelden in combinatie met de deallijn blijkt dat er inderdaad een pauze is. Het patroon wat zich eerder dagelijks herhaalde, dealgesprekken in combinatie met personen die constant de woning in en uit gingen, is tijdelijk niet meer zichtbaar.
Uit vorenstaand gerelateerde kan opgemaakt worden dat:
- [medeverdachte 2] en [verdachte] de deallijn beheerden;
- [adres 9] gebruikt werd als stash/dealwoning.
In het
proces-verbaal van bevindingen, genummerd 2501311514.AMB, is onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, geverbaliseerd
Gedurende onderzoek Umbra werd een telefoontap aangesloten op het IMEI [IMEI nummer] . Uit het beluisteren van geïntercepteerde telefoongesprekken en sms-berichten is gebleken dat dit toestel gebruikt werd als deallijn, ten behoeve van de handel in harddrugs. Uit verder onderzoek bleek dat [verdachte] op meerdere momenten de beheerder was van dit telefoontoestel.
In het proces-verbaal met nummer 2501290922.PVB staat beschreven hoe uit feiten en
omstandigheden is gebleken dat [verdachte] als sociale telefoon een toestel gebruikte met IMEI [IMEI nummer] . Het toestel met IMEI [IMEI nummer] zal verder in onderhavig proces-verbaal worden aangeduid als sociale lijn. Het IMEI-nummer [IMEI nummer] zal vanaf nu aangeduid worden als dealtelefoon.
Gezamenlijke reisbewegingen dealtelefoon en sociale telefoon
Hieronder worden een aantal momenten beschreven waarop deze dealtelefoon zeer vermoedelijk dezelfde reisbewegingen maakte als de sociale lijn van [verdachte] . Ten aanzien van de reisbewegingen is het van belang om op te merken dat beide toestellen zich vrijwel uitsluitend in Lelystad bevinden.
19 november 2024
Op 19 november 2024 werd er blijkens de verkregen historische verkeersgegevens door de dealerlijn ( [IMEI nummer] ) voor de eerste keer verbinding gemaakt met een telefoonmast. Deze
telefoonmast bevond zich aan de [adres 12] te [plaats] . Het sociale toestel van [verdachte] had op dat moment al enige tijd verbinding met deze zelfde telefoonmast.
Overkoepelend beeld
Over de gehele periode was het beeld dagelijks vrijwel hetzelfde en zijn er veelvuldig korte verplaatsingen binnen Lelystad zichtbaar. Vanaf 14 december 2024 verandert het patroon definitief en maakt de dealerlijn voor een langere periode nauwelijks meer verbinding met een telefoonmast.
Kijkend naar de diverse verkeersgegevens die verkregen zijn van zowel de dealerlijn als ook de sociale lijn van [verdachte] valt op te maken dat:
- Het eerste moment waarop de dealerlijn contact maakt met een telecom netwerk dit via
dezelfde telefoonmast gebeurt als waar de sociale lijn op dat moment is,
- Er een langdurig patroon te zien is waarbij de sociale lijn en de dealerlijn zich binnen
Lelystad op gelijke wijze verplaatsen en langdurig gezamenlijk verbinding hebben met
dezelfde telefoonmasten;
- Er twee lange reisbewegingen buiten Lelystad te zien zijn naar Amsterdam en Utrecht
waarbij beide toestellen met elkaar samen reizen;
Naar aanleiding van bovenstaande bevindingen bestaat het zeer sterke vermoeden dat [verdachte]
langere tijd gebruiker is geweest van de dealerlijn.
Uit het
proces-verbaal van bevindingen, genummerd 2502241500. PVB, is onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, geverbaliseerd:
Tussen 9 en 12 november 2024 werd er een dealertelefoon gevonden op de Binnendijk te Lelystad. De telefoon werd verloren door een snorfiets bestuurder. Een onbekend persoon heeft de telefoon aangeboden bij Toezicht en Handhaving. Deze zagen een grote hoeveelheid aan druggerelateerde berichten. De telefoon is te herleiden aan een lopende drugslijn. De telefoon betreft een Apple iPhone 11 met telefoon nummer [telefoonnummer] .
Whatsapp useraccount
Uit de whatsapp chats valt op te maken dat het telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna [telefoonnummer] )
gebruik maakt van de username [Whatsapp username 1] @s.whatsapp.net en dat de naam ' [contactnaam 1 verdachte] (owner) aan dit user account is gegeven.
Uit het berichtenverkeer blijkt dat het account [contactnaam 1 verdachte] ook de namen [contactnaam 2 verdachte] , [contactnaam 3 verdachte] en [contactnaam 4 verdachte]
gebruikt. Bij het onderzoeksteam is door de opname van telecommunicatie het vermoeden ontstaan dat ‘ [contactnaam 2 verdachte] wordt gebruikt als dealernaam.
Bij het onderzoeksteam was inmiddels bekend dat er in de periode van 21 november 2024 t/m 20 januari 2025 een deallijn actief is geweest, dat bekend is onder de naam [naam deallijn] .
Handel verdovende middelen
In de periode van 27 oktober 2024 tot en met 9 november 2024, valt uit het chatverkeer dat [contactnaam 3 verdachte] heeft met verschillende tegencontacten op te maken dat " [contactnaam 1 verdachte] ' handelt in verdovende middelen. In deze periode zijn er in het chatverkeer aanwijzingen dat de iPhone 11 met telefoonnummer [telefoonnummer] een dealerlijn voor de handel in harddrugs. Er worden termen als ‘wit’, ‘licht’ ‘donker’, 3 voor 25, 7 voor 50 gebruikt. Het is verbalisant ambtshalve bekend dat dit gaat over cocaïne, heroïne en hoeveelheden drugs voor een geldbedrag.
Binnen chatgroep op snapchat:
Op 8-11-2024 werd op de Apple IPhone 11 snapchat geïnstalleerd. Hierbij zijn de volgende
gegevens:
Naam: [fake naam verdachte]
Username: [usernaam fake naam verdachte] .
In de chats is het account zichtbaar als ' [accountnaam fakenaam verdachte] [fake naam verdachte] (owner).
Bijnamen van de gebruiker van dealertelefoon binnen de chats
In de WhatsApp chats gebruikt de beheerder van de dealertelefoon meerdere (bij)namen. Opvallend is dat de naam ' [bijnaam 1 verdachte] ' meerdere keren wordt gebruikt. Ook wordt de bijnaam ‘ [bijnaam 2 verdachte] ’ gebruikt.
Resumé
Uit onderzoek van de telefoon blijkt dat deze is gebruikt als zogenoemde dealerlijn in de periode van 27 oktober 2024 tot en met 9 november 2024. Uit de whatsappberichten dat het account ‘ [Whatsapp username 2] .whatsapp.net [contactnaam 1 verdachte] ’ heeft met zijn tegencontacten blijkt dat er wordt gesproken in termen die gerelateerd zijn aan de handel in harddrugs. Ook valt uit de chatberichten op te maken dat de beheerder van de dealerlijn een persoon dan wel personen aanstuurt om de drugs te bezorgen. Hierbij wordt er gebruik gemaakt van een (elektrische) fiets dan wel fatbike.
Uit de chatberichten van de telefoon zijn er aanwijzingen dat de dealerlijn gebruik maakt van de woning [adres 9] , te [plaats] als plaats vanwaar de jongen(s) worden aangestuurd.
Uit het chatverkeer van de telefoon valt ook op te maken dat de [adres 9] te [plaats] wordt gebruikt als drugswoning. In de chatberichten dat [slachtoffer 2] heeft met de dealerlijn ‘ [Whatsapp username 1] @s-whatsapp.net [contactnaam 1 verdachte] ', stuurt [slachtoffer 2] de berichten ‘dat die jongen zijn geld komt halen’ en ‘dat die jongen van gisteren is er nu ook. Dealer account [Whatsapp username 1] @s.whatsapp.net [contactnaam 1 verdachte] stuurt een bericht naar [slachtoffer 2] : 'Is die jongen al terug
van zijn rondje”.
Vanuit het chatverkeer dat de beheerder van de dealertelefoon heeft met zijn tegencontacten is opgevallen dat de bijnamen ' [bijnaam 1 verdachte] ' en ‘ [bijnaam 2 verdachte] ' worden gebruikt. De WhatsApp accounts
[Whatsapp username 1] @s.whatsapp.net en [Whatsapp username 3] @s.whatsapp.networden aangesproken met de bijnaam ‘ [bijnaam 1 verdachte] ’ of stellen zich voor als ‘ [bijnaam 1 verdachte] ’. In het chatverkeer dat de beheerder van de dealertelefoon heeft op snapchat stelt het snapchataccount ‘ [fake naam verdachte] ’ zich voor als ‘ [bijnaam 1 verdachte] ’ en wordt hij door een tegencontact aangesproken als ‘ [bijnaam 2 verdachte] ’.
Uit bovenstaande is er een sterk vermoeden ontstaan dat de Apple iPhone 11 gebruikt wordt als dealertelefoon. Tot slot blijkt uit het chatverkeer op de dealertelefoon dat de beheerder van de dealertelefoon zich voorstelt als “ [contactnaam 1 verdachte] , “ [contactnaam 2 verdachte] , ‘ [contactnaam 4 verdachte] en ‘ [bijnaam 1 verdachte] dan wel wordt aangesproken met de bijnamen ‘ [bijnaam 1 verdachte] ’ en ‘ [bijnaam 2 verdachte] ’.
Op zittingvan 3 februari 2026 heeft [verdachte] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, verklaard:
Ik heb gedurende een periode van ongeveer twee weken de deallijn beheerd en bezorgde ook de drugs op de fiets. Ik ben ergens begin/midden december 2024 ermee gestopt. Het kan dus kloppen dat ik tot 14 december 2025 de beheerder van de deallijn was.
Bewijsoverwegingen t.a.v. feit 3
De rechtbank stelt vast dat [verdachte] het feit op zitting heeft bekend, maar de pleegperiode heeft betwist. Volgens de advocaat zou slechts de pleegperiode van 21 november 2024 tot en met 14 december 2024 kunnen worden bewezen. De rechtbank komt tot de bewezenverklaring van een langere pleegperiode en overweegt hierover als volgt.
Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat de sociale (privé)telefoon van [verdachte] en de deallijn vanaf 19 november 2024 dezelfde reisbewegingen maakten. De rechtbank stelt vast dat hieruit kan worden afgeleid dat [verdachte] al sinds deze datum de deallijn beheerde.
Uit onderzoek van een dealertelefoon die op straat in Lelystad is gevonden, blijkt dat deze telefoon als dealerlijn is gebruikt in de periode van 27 oktober 2024 tot en met 9 november 2024. Uit de chatgesprekken op Whatsapp en het Snapchat account ‘ [fake naam verdachte] ’ op deze telefoon blijkt dat de beheerder zich in deze periode onder andere voorstelt als “ [contactnaam 1 verdachte] , [naam] , ‘ [bijnaam 1 verdachte] ’ dan wel wordt aangesproken met de bijnamen ‘ [bijnaam 1 verdachte] ’ en ‘ [bijnaam 2 verdachte] ’. Uit de meerdere tapgesprekken in het dossier volgt dat [verdachte] vaker de deallijn aannam met de namen ‘ [contactnaam 1 verdachte] ’ of ‘ [contactnaam 2 verdachte] ’ om de tegenpersoon aan te geven om welke deallijn het ging, waarna hij vaker zijn bijnaam ‘ [bijnaam 1 verdachte] ’ en ‘ [bijnaam 2 verdachte] ’ gebruikte. Gelet hierop kan worden geconcludeerd dat [verdachte] de deallijn in elk geval vanaf 27 oktober 2024 heeft beheerd en toen in cocaïne en heroïne heeft gehandeld.
Partiële vrijspraak pleegperiode
De rechtbank zal [verdachte] partieel vrijspreken van de ten laste gelegde periode die voorafging aan 27 oktober 2024 omdat de enkele verklaring van [slachtoffer 1] , dat hij sinds de zomer in 2024 al drugs van [verdachte] zou afnemen, onvoldoende is om tot wettig en overtuigend bewijs te komen. De rechtbank heeft geen bewijs zoals relevante chatgesprekken via Whatsapp dan wel Snapchat aangetroffen, die [verdachte] voor de datum van 27 oktober 2024 concreet linken aan de drugshandel (als beheerder van de deallijn of als koerier hiervan).
Ook zal de rechtbank [verdachte] partieel vrijspreken van de periode van 15 december 2024 tot en met 20 januari 2025. Uit het dossier volgt dat [verdachte] de deallijn vanaf 15 december 2025 had stopgezet. Naar eigen zeggen van [verdachte] wilde hij even rustig aan doen, omdat het hem kennelijk op dat moment te heet onder de voeten werd. Sindsdien volgt er uit het dossier geen betrokkenheid van [verdachte] meer bij de drugshandel. Sterker nog, in het dossier staat juist dat de deallijn pas vanaf 26 december 2024 weer actief wordt en vanaf dat moment vooral door een ander lijkt te worden beheerd. Overigens is [verdachte] op 8 januari 2025 opgepakt voor het hebben van een vuurwapen, waardoor hij in voorarrest zat en daardoor ook niet meer betrokken kon zijn bij de drugshandel.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank [verdachte] schuldig aan het dealen van cocaïne en heroïne in de periode van 27 oktober 2024 tot en met 14 december 2024.