ECLI:NL:RBMNE:2026:64
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgevingsvergunning voor toegangspoort aan voetpad in woongebied
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug heeft verleend voor het aanbrengen van een toegangspoort aan het einde van een voetpad in de openbare ruimte. De toegangspoort bevindt zich tussen twee percelen in een woongebied en is bedoeld om het plangebied te voet te kunnen verlaten.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het voetpad, inclusief de locatie van de toegangspoort, in stand moet worden gehouden en dat de poort de functie van het pad niet mag belemmeren. Eisers stelden dat de poort minimaal 1,5 meter breed moet zijn en twee richtingen moet kunnen bedienen, maar de rechtbank oordeelde dat een poort van 80 centimeter breed toereikend is en dat het omgevingsplan niet vereist dat het pad in twee richtingen gebruikt moet worden.
Verder is vastgesteld dat de toegangspoort niet als erf- of terreinafscheiding kan worden aangemerkt, maar als een ander overig bouwwerk binnen het woongebied, en dat deze niet in strijd is met de maximale bouwhoogte van 3 meter. Participatie voorafgaand aan het besluit was niet verplicht omdat het hier geen buitenplanse omgevingsplanactiviteit betreft.
De rechtbank concludeert dat de omgevingsvergunning niet in strijd is met het omgevingsplan en dat het college de vergunning terecht heeft verleend. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de vergunning in stand blijft en de toegangspoort conform de vergunning mag worden aangebracht.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de toegangspoort wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.