Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:687

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
UTR 25/6790
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 2:3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaar tegen eigen bijdrage Wet langdurige zorg te laat en niet-ontvankelijk verklaard

Eiseres ontving zorg op grond van de Wet langdurige zorg en kreeg een besluit van het CAK waarin een eigen bijdrage van €724,98 per maand werd opgelegd. Het primaire besluit werd op 8 juli 2025 bekendgemaakt, waarna de termijn voor bezwaar op 19 augustus 2025 eindigde.

Eiseres stuurde op 14 juli 2025 een bezwaarschrift per e-mail naar een verkeerd adres dat niet toebehoorde aan het CAK, waardoor het bezwaar niet tijdig werd ontvangen. Pas op 18 september 2025 ontving het CAK een bezwaarschrift van 13 september 2025, wat te laat was. Eiseres stelde dat zij te goeder trouw handelde en dat telefonische toezeggingen van het CAK de indruk wekten dat het bezwaar in behandeling was.

De rechtbank oordeelde dat het CAK terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde omdat het primaire besluit duidelijk aangaf op welke wijze bezwaar kon worden gemaakt, namelijk via de website of per post, en niet per e-mail. De verwarring over het e-mailadres was voor rekening van eiseres. Telefonische gesprekken gaven geen reden om aan te nemen dat het bezwaar in behandeling was. Ook de verlenging van de beslistermijn door het CAK impliceerde geen ontvankelijkheid.

Daarom blijft het bestreden besluit in stand en is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat en zonder geldige reden is ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6790

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: R.A. Wagenaar),
en

CAK, verweerder, hierna het CAK.

Inleiding en procesverloop

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het besluit van CAK van 5 november 2025 (het bestreden besluit).
1.1.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Wat ging er aan deze zaak vooraf?
2. Eiseres ontvangt zorg op grond van de Wet langdurige zorg. Met het besluit van
8 juli 2025 (het primaire besluit) heeft het CAK aan eiseres laten weten dat zij een eigen bijdrage van € 724,98 per maand moet betalen.
2.1.
Eiseres heeft op 13 september 2025 bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Het CAK heeft dit bezwaarschrift op 18 september 2025 ontvangen.
2.2.
Met het bestreden besluit heeft het CAK het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat is ingediend en eiseres hiervoor geen geldige reden heeft gegeven.
2.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Beoordeling door de rechtbank

Is het bezwaarschrift te laat ingediend?
3. Het staat vast staat het CAK het primaire besluit bekend heeft gemaakt op 8 juli 2025 door verzending per post. Als gevolg hiervan eindigde de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift op 19 augustus 2025.
4. Eiseres stelt dat zij al op 14 juli 2025 bezwaar heeft gemaakt. Zij heeft toen een bezwaarschrift verzonden naar het e-mailadres [e-mailadres] .
5. De rechtbank oordeelt dat het CAK zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres met dit e-mailbericht geen bezwaar heeft gemaakt bij het CAK. Hiertoe geldt dat het CAK in het primaire besluit heeft vermeld op welke manier eiseres daartegen bezwaar kon maken. Dit kon via de website MijnCAK of per post door middel van een brief of een bezwaarformulier. De mogelijkheid van het maken van bezwaar per e-mail stond niet open. Verder heeft het CAK er terecht op gewezen dat het e-mailadres [e-mailadres] niet correct is, omdat dit adres toebehoort aan een ander bedrijf, genaamd de [bedrijf] . Omdat de [bedrijf] geen bestuursorgaan is, bestond er voor dit bedrijf geen verplichting om het bezwaar van eiseres door te sturen aan het CAK. [1] Aldus heeft het CAK het op 14 juli 2025 gemaakte bezwaarschrift niet (op tijd) ontvangen.
6. Pas op 18 september 2025 heeft het CAK het bezwaarschrift van eiseres van 13 september 2025 ontvangen. Het staat niet ter discussie dat dit te laat is.
Is de termijnoverschrijding verschoonbaar?
7. Eiseres voert aan dat de termijnoverschrijding haar niet te verwijten is. Zij heeft getracht om tijdig bezwaar te maken en handelde te goeder trouw. Op 14 juli 2025 heeft zij haar bezwaarschrift gemaild naar [e-mailadres] . Achteraf bleek dit geen bestuursorgaan te zijn. Telefonische toezeggingen van het CAK wekten de indruk dat haar bezwaar in behandeling was genomen en dat de incasso was opgeschort. Bovendien heeft het CAK op
4 november 2025 de ontvangst van het bezwaar bevestigd en de beslistermijn verlengd. Daarmee heeft het CAK ondubbelzinnig erkend dat het bezwaar ontvankelijk is, aldus eiseres.
8. De rechtbank oordeelt als volgt. Op 30 januari 2024 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) vier uitspraken gedaan over de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. [2] Het CBb heeft daarin uiteengezet dat bestuursorganen en bestuursrechters bij de beoordeling van de verschoonbaarheid van een termijnoverschrijding in bepaalde gevallen meer rekening moeten houden met bijzondere omstandigheden die de indiener van het bezwaar- of beroepschrift betreffen. Als deze bijzondere omstandigheden zich voordoen, moet worden nagegaan of die maken dat de termijnoverschrijding de indiener niet kan worden toegerekend.
9. Het CAK heeft zich op het standpunt mogen stellen dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Er waren immers geen bijzondere omstandigheden die maakten dat eiseres niet tijdig bezwaar kon maken. Dat er bij eiseres verwarring was over het e-mailadres, dient voor rekening en risico van eiseres te blijven en behoeft niet te worden aangemerkt als bijzondere omstandigheid. Het CAK heeft in het primaire besluit immers duidelijk aangegeven op welke wijze daartegen bezwaar kon worden gemaakt. De wijze waarop eiseres dat heeft gedaan (per e-mail), was daarbij niet vermeld. Dit nog daargelaten dat eiseres haar bezwaar heeft verstuurd naar een e-mailadres dat niet van het CAK was.
10. Anders dan eiseres stelt, heeft zij uit de telefoongesprekken met een medewerker van het CAK niet mogen afleiden dat het bezwaar in behandeling was. In het bestreden besluit heeft het CAK op basis van de contacthistorie een weergave gegeven van de telefoongesprekken op 9 juli 2025 en op 10 september 2025. Tijdens het gesprek op 9 juli 2025 zou de gemachtigde van eiseres hebben aangegeven dat het inkomen van 2023 op de beschikking niet juist zou zijn. Tijdens het gesprek op 10 september 2025 zou de gemachtigde een vraag hebben gesteld over de eigen bijdrage van april. Eiseres heeft de juistheid van deze weergave in beroep niet betwist. Eiseres heeft in beroep een stuk ‘telefoonlog bezwaarprocedure CAK’ overgelegd. Naar de rechtbank aanneemt is dit stuk een eigen weergave van wat er tijdens de gesprekken – die volgens eiseres op 8 juli 2025 en 10 september 2025 hebben plaatsgevonden – zou zijn gezegd. In dit stuk staat dat tijdens het telefoongesprek op 8 juli 2025 een bezwaar is aangekondigd en dat een medewerker zou hebben gezegd de incasso aan te houden. Tijdens het gesprek op 10 september 2025 zou een medewerker van het CAK bevestigd hebben dat de incasso wordt aangehouden.
11. Uit het door eiseres overgelegde ‘telefoonlog’, noch uit de weergave van de telefoongesprekken in het bestreden besluit, blijkt dus dat tijdens deze gesprekken de indruk is gewekt dat het CAK het bezwaar van eiseres in behandeling had genomen. Uit het feit dat tijdens de telefoongesprekken zou zijn gezegd dat de incasso werd aangehouden, heeft eiseres evenmin mogen afleiden dat haar bezwaar in behandeling was.
12. De stelling van eiseres dat het CAK met het verlengen van de beslistermijn op 4 november 2025 erkent dat het bezwaar ontvankelijk is, volgt de rechtbank niet. Het verlengen van de beslistermijn zegt immers niks over de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift.

Conclusie en gevolgen

13. Het CAK heeft terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. N.R. Hoogenberk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Zie artikel 2:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).