ECLI:NL:RBMNE:2026:759
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde vrijstaande woning in Utrecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning in Utrecht, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €642.000 voor het belastingjaar 2023 met waardepeildatum 1 januari 2022. Eiser betoogde dat de waarde te hoog is en stelde een lagere waarde van €552.000 voor.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin drie vergelijkbare vrijstaande woningen in Utrecht werden gebruikt als referentie. De rechtbank oordeelde dat deze referentiewoningen goed bruikbaar zijn en dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen in bouwjaar, voorzieningenniveau en staat van onderhoud.
Eiser stelde dat de heffingsambtenaar niet alle relevante stukken, zoals iWOZ-kaarten en bouwtekeningen, had overgelegd, maar deze beroepsgrond werd ingetrokken of verworpen omdat deze stukken niet tot de op de zaak betrekking hebbende stukken behoren. De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar de waarde niet te hoog heeft vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond.
De uitspraak is gedaan door rechter J.A. Spee op 25 februari 2026 en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €642.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde gehandhaafd.