ECLI:NL:RBMNE:2026:790
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing proceskostenvergoeding bij WOZ-waarde woning ongegrond verklaard
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen een besluit van de heffingsambtenaar waarin de WOZ-waarde van zijn woning was vastgesteld en een proceskostenvergoeding was afgewezen.
De heffingsambtenaar had de WOZ-waarde van de woning vastgesteld op € 685.000,- en deze later bij uitspraak op bezwaar verlaagd naar € 628.000,-. Eiser richtte zijn beroep uitsluitend op het niet toekennen van een proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelt dat de proceskostenvergoeding terecht is afgewezen omdat niet is gebleken dat de gemachtigde van eiser meer dan incidenteel rechtsbijstand verleent, wat vereist is voor beroepsmatige rechtsbijstand.
Daarnaast heeft eiser in een later stadium nieuwe beroepsgronden over de WOZ-waarde ingebracht, wat in strijd is met een goede procesorde. De rechtbank laat deze nieuwe gronden buiten beschouwing.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de proceskostenvergoeding wordt terecht afgewezen.