ECLI:NL:RBMNE:2026:792
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens niet toekennen proceskostenvergoeding en schending goede procesorde bij WOZ-waarde
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van de heffingsambtenaar waarin de WOZ-waarde van zijn woning was vastgesteld en een proceskostenvergoeding werd geweigerd. De heffingsambtenaar had de WOZ-waarde verlaagd na bezwaar, maar weigerde een proceskostenvergoeding toe te kennen.
De rechtbank oordeelt dat de proceskostenvergoeding terecht is afgewezen omdat niet is gebleken dat de gemachtigde van eiser meer dan incidenteel rechtsbijstand verleent, wat vereist is voor beroepsmatige rechtsbijstand volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht en de Algemene wet bestuursrecht.
Daarnaast heeft eiser in een later stadium van de procedure nieuwe beroepsgronden over de WOZ-waarde ingebracht, terwijl het geschil in het beroepschrift expliciet was beperkt tot de proceskostenvergoeding. Dit wordt gezien als strijdig met de goede procesorde, waardoor deze gronden buiten beschouwing worden gelaten.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de proceskostenvergoeding wordt terecht geweigerd.