ECLI:NL:RBMNE:2026:795
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Coenen
- Rechtspraak.nl
Weigering opheffing last onder dwangsom wegens illegale woningsplitsing
Eiser verzocht op 19 december 2024 om opheffing van een last onder dwangsom die was opgelegd wegens illegale splitsing van een woning in vier zelfstandige wooneenheden. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest had de last opgelegd na constatering van overtredingen in 2022, na eerdere handhavingstrajecten in 2017 en 2018.
De rechtbank beoordeelde of het college in redelijkheid tot het besluit had kunnen komen om de last onder dwangsom in stand te laten. Het college had een belangenafweging gemaakt waarbij het algemeen belang van handhaving zwaarder woog dan het persoonlijk belang van eiser, mede vanwege het recidiverende gedrag en de geringe drempel om de overtreding te herhalen.
Eiser voerde onder meer aan dat er geen reële kans op herhaling was en dat het vertrouwensbeginsel hem bescherming bood, maar deze gronden werden verworpen. Ook het argument dat de last ten onrechte niet in tijd was beperkt, kon niet slagen omdat dit in een eerdere procedure had moeten worden aangevoerd.
De rechtbank concludeerde dat het in stand laten van de last niet onredelijk bezwarend was en dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat het college de last onder dwangsom in stand mag laten vanwege reëel recidiverisico en onvoldoende concreet persoonlijk belang van eiser.