ECLI:NL:RVS:2018:4054
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- R.J.J.M. Pans
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing opheffing last onder dwangsom bodemverontreiniging
Liander N.V. verzocht het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland om opheffing van een last onder dwangsom die in 2012 was opgelegd wegens overtredingen van milieuvoorschriften bij werkzaamheden in de bodem. Het college wees dit verzoek in 2017 af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Liander stelde dat het college ten onrechte aannam dat zij de last had overtreden en dat het college onjuist betekenis gaf aan invorderingsbesluiten gericht aan Alliander, waarmee Liander niet gelijkgesteld kan worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onjuiste gronden had om te betwijfelen of Liander een jaar lang geen dwangsommen had verbeurd. De waarschuwingsbrief van augustus 2017 had betrekking op een overtreding buiten het bereik van de last. De invorderingsbesluiten waren niet aan Liander gericht en het college had onvoldoende gemotiveerd waarom overtredingen aan Liander konden worden toegerekend.
Verder werd overwogen dat de last onder dwangsom zeer bezwarend is voor Liander omdat deze betrekking heeft op duizenden bodemhandelingen over een periode van meer dan vijf jaar. Het college had niet aannemelijk gemaakt dat het belang van handhaving zwaarder woog dan het belang van Liander bij opheffing van de last. Het besluit van het college was daarom niet deugdelijk gemotiveerd en werd vernietigd. Het college moet een nieuw besluit nemen en is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en het college wordt verplicht een nieuw besluit te nemen en proceskosten te vergoeden.