ECLI:NL:RBMNE:2026:827

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
UTR 25/2832
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.21 WhtArt. 3:4 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit afwijzing vergoeding opleiding brede ondersteuning Wht

Eiseres, gedupeerde van het kindertoeslagschandaal, vroeg brede ondersteuning aan op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), waaronder vergoeding van kosten voor een opleiding tot [functie]. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees deze vergoeding af, omdat eiseres al over een startkwalificatie beschikt en de kosten als structureel werden beschouwd. De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende rekening heeft gehouden met de medische beperkingen van eiseres en het concrete arbeidsperspectief dat de opleiding biedt.

De rechtbank stelt dat het college de belangenafweging niet zorgvuldig heeft gemaakt en onvoldoende maatwerk heeft toegepast, in strijd met artikel 3:4 Awb Pro en artikel 2.21 Wht. Het college moet nader onderzoeken of de opleiding kan leiden tot duurzame financiële zelfredzaamheid van eiseres. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover het de afwijzing van de vergoeding van de opleidingskosten betreft.

Daarnaast veroordeelt de rechtbank het college tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en de proceskosten. Het college wordt opgedragen binnen de procedure opnieuw te beslissen over de vergoeding van de opleidingskosten. De overige onderdelen van het besluit blijven in stand.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van vergoeding van opleidingskosten wordt vernietigd met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2832

uitspraak van de meervoudige kamer van 26 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

(gemachtigde: mr. R.A. Dayala),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, het college
(gemachtigden: E.H. Siemeling en A.W. Olieman).

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van het verzoek van eiseres om brede ondersteuning op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
1.1.
Met het besluit van 14 november 2024 (het primaire besluit) is de aanvraag van eiseres voor brede ondersteuning deels afgewezen. De kosten voor de opleiding tot [functie] en de kosten voor de [functie] worden niet vergoed. Eiseres is het niet eens met dit besluit en heeft daartegen bezwaar gemaakt. Het college heeft dit bezwaar met het besluit van 31 maart 2025 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en heeft daartegen beroep ingediend bij de rechtbank.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 31 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het college. De rechtbank heeft na afloop van de zitting het onderzoek gesloten. Op 12 november 2025 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en het beroep voor nadere behandeling verwezen naar de meervoudige kamer.
1.3.
De zitting van de meervoudige kamer heeft plaatsgevonden op 15 december 2025. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten
2. Eiseres is gedupeerde van het kindertoeslagschandaal. Zij heeft op 28 oktober 2024 een aanvraag voor brede ondersteuning op het gebied van wonen, gezondheid en werk ingediend. Zij heeft hierbij brede ondersteuning aangevraagd voor:
  • Opleiding tot [functie] € 10.400,-
  • [functie] € 1.320,-
  • Matras € 602,-
  • Koelkast € 499,-
3. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 14 november 2024 deels toegewezen. Eiseres krijgt de kosten voor de aanschaf van een nieuwe matras en koelkast vergoed. Aan eiseres is een bedrag van €1.101,- toegekend. De vergoeding van de kosten voor de opleiding tot [functie] en de [functie] wordt afgewezen.
Bestreden besluit
4. Het college heeft in het bestreden besluit overwogen dat de kosten voor opleiding tot [functie] en de kosten voor de [functie] niet vergoed worden.
Ten aanzien van kosten voor de opleiding tot [functie]
5. Op het leefgebied van werk wordt het als positieve gezondheid beschouwd dat een persoon minimaal de beschikking heeft over een startkwalificatie. Dat is een diploma havo, vwo, mbo niveau 2 of hoger. Omdat eiseres beschikt over een afgeronde mbo-opleiding administratie beschikt zij over een startkwalificatie. Eiseres voldoet hiermee niet aan de voorwaarden om voor vergoeding van de kosten in aanmerking te komen.
Ten aanzien van de kosten voor de [functie]
6. De brede ondersteuning vanuit de Wht richt zich op het oplossen van acute problemen door middel van adequate oplossingen. Structurele en terugkerende zorgkosten, zoals bijvoorbeeld de terugkerende [opleidingskosten functie], vallen hier niet onder.
Hiertoe overweegt het college dat op het gebied van zorg al eerder vergoedingen zijn toegekend aan eiseres en op verschillende manieren al geprobeerd is om eiseres te faciliteren bij een nieuwe start. Met eiseres is actief meegedacht over oplossingen binnen werk en inkomen, met als doel dat de zorgkosten tijdelijk gedekt zouden worden, zodat er parallel gewerkt kon worden aan financiële vraagstukken, zodat eiseres dat daarna zelf zou kunnen. Dat is niet gelukt, omdat eiseres momenteel haar zorgkosten niet zelf kan betalen en geen aanvullende zorgverzekering af kan sluiten. Op dit moment is er een structurele oplossing nodig op het gebied van financieel herstel zodat eiseres dit in de toekomst wel zelf kan. Door het ontbreken van een aanvullende zorgverzekering biedt het vergoeden van de zorgkosten geen adequate en blijvende oplossing.
Mogelijkheden voor eiseres
7. Verder heeft het college nog overwogen dat zij graag met eiseres willen meedenken over hoe zij haar opleiding tot [functie] zelf kan betalen en hoe zij haar zorgkosten op lange termijn zelfstandig kan dragen.
8. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en heeft tegen verschillende overwegingen van het college beroepsgronden ingediend. De rechtbank bespreekt deze beroepsgronden hieronder.
Toetsingskader
9. Een onderdeel van de hersteloperatie toeslagen is de brede ondersteuning door gemeenten. De brede ondersteuning is bedoeld voor het maken van een nieuwe start voor (potentieel) gedupeerden, na de problemen die zijn ervaren als gevolg van het toeslagenschandaal. Het uitgangspunt is dat de betrokkene en zijn of haar gezin zo snel mogelijk en zo goed als mogelijk hun leven weer op de rit krijgen. [1]
10. Op grond van artikel 2.21 van de Wht kan het college gedupeerden brede ondersteuning bieden op vijf leefgebieden: financiën, gezin, werk, wonen en zorg. Nadere regels hierover zijn opgenomen in de Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021 (Spuk). Daarin wordt geregeld waarvoor gemeenten middelen krijgen en hoe deze verantwoord moeten worden.
11. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft uitgangspunten voor het bieden van brede ondersteuning en het opstellen van een plan van aanpak geformuleerd. Hierin staat onder meer dat de geboden ondersteuning maatwerk en van tijdelijke aard is, dat de ondersteuning gericht is op de toekomst en dat materiële verstrekkingen onderdeel zijn van de brede ondersteuning als de verstrekking noodzakelijk is voor het maken van een nieuwe start.
12. Bij het bepalen of brede ondersteuning wordt toegekend en, zo ja, in welke vorm dat gebeurt, heeft het college beleids- en beoordelingsruimte om een eigen afweging te maken. Binnen die ruimte is het aan het college om per geval te bekijken of brede ondersteuning passend is. De rechtbank moet de invulling hiervan dan ook terughoudend toetsen.
Beroepsgronden
Ten aanzien van de kosten voor de opleiding tot [functie]
13. Eiseres stelt dat er in haar geval niet meer gesproken kan worden van een startkwalificatie. Het college heeft miskend dat de startkwalificatie waar zij over beschikt geen betekenis meer heeft gezien de medische beperkingen van eiseres. Eiseres lijdt verder aan een hernia, chronische rugklachten en ernstige mentale belasting als gevolg van langdurige stress. Hierdoor is eiseres inmiddels 80 – 100 % arbeidsongeschikt verklaard. Eiseres is niet in staat om terug te keren naar haar voormalige werkveld, noch om administratief werk te verrichten in een reguliere werkomgeving. De opleiding tot [functie] sluit specifiek aan bij haar resterende functionele mogelijkheden (kleinschalige, één-op-één setting met beperkte fysieke belasting en minimale prikkels). Eiseres heeft tijdens de hoorzitting aannemelijk gemaakt dat zij na afronding van deze opleiding uitzicht heeft op duurzaam werk bij een bekende in België. Deze concrete arbeidsperspectieven zijn door het college niet weersproken of onderzocht. Hierdoor negeert het college de werkelijke kansen die juist deze opleiding voor eiseres creëert. Daarmee faalt het college in het uitvoeren van een belangenafweging en levert zij geen maatwerk. Dit is in strijd met artikel 3:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 2.21 van de Wht.
14. De rechtbank stelt vast dat het college zich ter zitting op het standpunt heeft gesteld dat nader onderzocht moet worden of door deze opleiding te volgen, duurzame financiële zelfredzaamheid kan ontstaan voor eiseres. Al om die reden slaagt deze beroepsgrond. De rechtbank zal de beroepsgrond daarom niet verder bespreken.
Ten aanzien van de kosten voor een [functie]
15. Eiseres stelt dat er sprake is van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, omdat het college zonder medische onderbouwing tot de conclusie is gekomen dat er sprake is van structurele kosten. Eiseres kan nu enkel behandelingen door de [functie] volgen als deze worden betaald door iemand anders. Het college heeft miskend dat adequate medische behandelingen integraal onderdeel zijn van het plan van aanpak dat brede ondersteuning beoogt de faciliteren. Eiseres stelt verder dat het college het doel van de Wht ondergraaft en het beginsel van effectieve rechtsbescherming schendt door te besluiten dat er sprake moet zijn van financieel herstel voordat de zorgkosten vergoed kunnen worden. De benadering van het college in het geval van eiseres, staat haaks op het karakter en de geest van de herstelwetgeving. Waar de overheid expliciet heeft erkend dat bij de aanpak van gedupeerden het systeem moet worden omgekeerd, blijft het college vasthouden aan een afvinklijst zonder werkelijk oog voor de specifieke situatie van eiseres.
15. De rechtbank oordeelt als volgt. Eiseres heeft de afgelopen jaren meerdere aanvragen ingediend bij het college voor het vergoeden van de [opleidingskosten functie]. Het college heeft tot tweemaal toe deze kosten vergoed. De kosten hebben zich vervolgens weer voorgedaan. Gelet op deze gang van zaken heeft het college zich ook zonder medische onderbouwing op het standpunt kunnen stellen dat er sprake is van structurele kosten. De brede ondersteuning is bedoeld voor het maken van een nieuwe start. Nu de kosten van de [functie] al meerdere malen vergoed zijn en steeds terug blijven komen, heeft het college mogen overwegen dat deze kosten in dit geval niet vallen onder brede ondersteuning. Vergoeding van deze kosten heeft het college niet noodzakelijk hoeven vinden voor het maken van een nieuwe start. De rechtbank kan eiseres ook niet volgen in haar stelling dat het doel van de Wht wordt ondergraven. De doelstelling van brede ondersteuning is het bevorderen van een nieuwe start in het kader van het herstel na de toeslagenproblematiek. Op grond van maatwerk kan de meest adequate hulp worden ingezet die nodig wordt bevonden. Uit het voorgaande volgt dat het college hierbij heeft mogen overwegen dat vergoeding van de [opleidingskosten functie] in dit geval niet beantwoordt aan de doelstelling van de brede ondersteuning. De rechtbank kan het college ook volgen in de overweging dat gewerkt moet worden aan de financiële huishouding van eiseres, zodat zij een aanvullende zorgverzekering kan afsluiten, en dat daarmee de kosten van de [functie] kunnen worden vergoed. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

17. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover dit ziet op de afwijzing van de vergoeding van de kosten voor de opleiding tot [functie]. De rechtbank kan niet zelf in de zaak voorzien en het geschil definitief beslechten, omdat het college nog onderzoek moet doen naar de eventuele vergoeding van de kosten voor de opleiding tot [functie].
18. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat het college aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van € 53,- moet vergoeden.
19. De rechtbank veroordeelt het college in de door eiseres gemaakte proceskosten van het beroep. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.802,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 2 punten voor het tweemaal verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover dit ziet op de afwijzing van de vergoeding van de kosten voor de opleiding tot [functie];
- draagt het college op in zoverre opnieuw op het bezwaar van eiseres te beslissen;
- draagt het college op het griffierecht ter hoogte van € 53,- te vergoeden;
- veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten tot een bedrag van € 2.802,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, voorzitter, en mr. G.P. Loman en mr. M.M. Brink, leden, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2026.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie de Memorie van Toelichting op de Wet Hersteloperatie Toeslagen (Wht), Tweede Kamer, vergaderjaar 2021-2022, 36151, nr. 3, p. 101 en 102.