Verzoeker was sinds 2014 werkzaam voor verweerder en trad in 2019 in dienst als Manager IT. Na ziekmelding in februari 2025 volgde een mediationtraject dat uiteindelijk werd beëindigd. Verweerder legde een loonstop op en sprak op 13 augustus 2025 ontslag op staande voet uit wegens vermeend niet meewerken aan re-integratie.
De kantonrechter oordeelt dat de opgevoerde dringende redenen niet voldoende zijn voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet. Arbeidsdeskundige rapportages tonen aan dat zowel verzoeker als verweerder voldoende re-integratie-inspanningen hebben geleverd. De loonstop wordt als te zwaar en onterecht beoordeeld, waardoor verweerder wordt veroordeeld tot doorbetaling van het loon vanaf 5 augustus 2025.
Het verzoek tot toekenning van certificaten van aandelen wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat dit niet connex is aan de arbeidsrechtelijke verhouding. Het tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen vanwege het opzegverbod tijdens ziekte. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.