Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met productie
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
23 juni 2010 heeft achtergesteld bij de vorderingen van Rabobank op [bedrijf] en dat op
9 september 2011 een notariële schuldbekentenis van die geldlening is opgemaakt. [eiseres] heeft niet weersproken dat hiermee slechts uitvoering is gegeven aan de al in 2008 in de financieringsovereenkomst gemaakte afspraken. Het is dus niet zo dat, zoals [eiseres] stelt, Rabobank in 2010 bezig was om aanvullende en strengere zekerheden te bedingen om zo haar positie als schuldeiser van [bedrijf] te versterken.
- de financieringsovereenkomsten tussen [bedrijf] en Rabobank worden beëindigd per 31 maart 2022 (artikel 2),
- [bedrijf] uiterlijk op 31 maart 2022 een bedrag van € 3.650.000,- zal hebben geherfinancierd (artikel 3),
- [A] en de andere twee borgen uiterlijk op 31 maart 2022 ieder € 500.000,- aan Rabobank betalen op grond van de door hen afgegeven borgtochten (artikel 4),
- na ontvangst van het totaalbedrag van € 5.150.000,- Rabobank finale kwijting verleent aan [bedrijf] en de borgen (artikel 6).