Fort33 verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op grond van een verstoorde arbeidsrelatie en ernstig verwijtbaar handelen. [verweerder] betwistte dit en diende een tegenverzoek in voor transitie- en billijke vergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat Fort33 onvoldoende had onderbouwd dat sprake was van disfunctioneren of een duurzame vertrouwensbreuk. [verweerder] had geen gelegenheid gekregen om zijn functioneren te verbeteren, ook niet tijdens zijn arbeidsongeschiktheid. De bedrijfsarts had hem medisch inzetbaar verklaard, maar Fort33 had hem niet opgeroepen.
Ook was er geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen van [verweerder]. De door Fort33 genoemde tekortkomingen waren onvoldoende ernstig en niet onderbouwd. Het verzoek tot ontbinding werd daarom afgewezen. Het tegenverzoek tot teruggave van persoonlijke eigendommen werd eveneens afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst nog niet was geëindigd.
Fort33 werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan [verweerder]. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor zover het de proceskosten betreft.