Uitspraak
1.De procedure
- de akte van de bewindvoerder van 26 november 2025;
Rechtbank Midden-Nederland
De moeder van [onderbewindgestelde] huurde sinds 25 oktober 2000 een woning van Woonin. Na het overlijden van de moeder in 2024 vordert de bewindvoerder voortzetting van de huurovereenkomst op naam van [onderbewindgestelde]. Woonin vordert ontruiming van de woning.
In een tussenvonnis van mei 2025 is vastgesteld dat aan de voorwaarden voor voortzetting is voldaan, behalve dat de huisvestingsvergunning nog niet was verleend. Na bezwaar is deze vergunning op 20 november 2025 alsnog toegekend.
De kantonrechter oordeelt dat nu aan alle vereisten van artikel 7:268 BW Pro is voldaan, de huurovereenkomst mag worden voortgezet. Het verzet tegen het verstekvonnis wordt ongegrond verklaard en de vordering tot ontruiming wordt afgewezen. Woonin wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt voortgezet en de vordering tot ontruiming wordt afgewezen.