Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
Artikel 5. Boekjaar
Rechtbank Noord-Holland
Eiser ontving in 2008 en 2009 bijstand in de vorm van renteloze geldleningen op grond van de Wet werk en bijstand en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004. In 2010 werden deze leningen definitief omgezet in bedragen om niet. De vraag was of deze omzetting belastbaar is als inkomen in 2010.
De rechtbank stelt vast dat de omzetting van de lening in een bedrag om niet een uitkering in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 vormt, omdat er sprake is van een waardeovergang en voordeel voor eiser. De omzetting is dus niet slechts een kwijtschelding zonder fiscale gevolgen.
Verder is geoordeeld dat de uitkering periodiek is, omdat redelijkerwijs kon worden verwacht dat de omzetting van de lening over meerdere jaren zou plaatsvinden, mede gezien de continuïteit van de bijstand en de staken van de onderneming in 2010.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het bedrag van € 19.361 terecht is belast in 2010. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de belastingheffing over de omzetting van de lening in een bedrag om niet in 2010.