ECLI:NL:HR:2005:AQ7159
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over omzetting bijstand in bedrag om niet en periodieke uitkering
In deze zaak gaat het om de vraag of de omzetting van bijstand in de vorm van een geldlening in een bedrag om niet, als bedoeld in artikel 9 van Pro het Bijstandsbesluit zelfstandigen, kan worden aangemerkt als een inkomst in de vorm van een periodieke uitkering.
Belanghebbende kreeg in 1996 een navorderingsaanslag opgelegd waarbij een deel van het omgezette bedrag als belastbaar inkomen werd gerekend. Het Gerechtshof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de navorderingsaanslag. De Staatssecretaris stelde hiertegen beroep in cassatie in.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat de omzetting van de geldlening in een bedrag om niet een eenmalige, incidentele handeling is en geen periodieke uitkering vormt. Het middel van de Staatssecretaris, dat stelde dat er een reële kans bestond op verdere omzettingen waardoor sprake zou zijn van een reeks periodieke uitkeringen, werd verworpen omdat dit een feitelijke beoordeling betreft die niet in cassatie kan worden onderzocht.
De Hoge Raad verklaarde het beroep van de Staatssecretaris ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af. Het arrest werd op 7 oktober 2005 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de Staatssecretaris ongegrond en bevestigt dat de omzetting van bijstand in een bedrag om niet geen periodieke uitkering vormt.