ECLI:NL:RBNHO:2013:12319
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek coulanceregeling bij te late aanvraag kinderopvangtoeslag
Eiseres diende haar aanvraag voor kinderopvangtoeslag over 2011 in na de wettelijke termijn zoals gesteld in artikel 15 van Pro de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). Verweerder weigerde de toeslag toe te kennen en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiseres verzocht ter zitting om een coulanceregeling vanwege de te late indiening.
De rechtbank stelt vast dat artikel 15 Awir Pro een dwingendrechtelijke regeling bevat die geen ruimte laat voor verlenging van de aanvraagtermijn. De rechtbank is niet bevoegd om op grond van redelijkheid en billijkheid van deze wettelijke termijn af te wijken. Daarbij wijst de rechtbank op artikel 11 van Pro de Wet van 1829, waarin is voorgeschreven dat de rechter volgens de wet moet rechtspreken en niet de innerlijke waarde of billijkheid van de wet mag beoordelen.
Gelet op het feit dat eiseres haar aanvraag pas op 1 mei 2012 indiende, terwijl de termijn tot 1 april 2012 liep, is de aanvraag te laat. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening van de aanvraag kinderopvangtoeslag.