Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procesverloop
2.Overwegingen
verzendoverzicht moeten blijken.
laatsteuitstel tot 8 oktober 2012 had verzocht, redelijkerwijs kunnen afleiden dat een fatale termijn zou worden gesteld door de rechtbank.
Rechtbank Noord-Holland
Opposant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Belastingdienst, maar de rechtbank verklaarde deze beroepen niet-ontvankelijk omdat opposant niet binnen de gestelde termijn de beroepsgronden had ingediend. Opposant stelde in verzet dat hij de brief met uitstel van de rechtbank niet had ontvangen, mede omdat hij had verzocht geen faxen te ontvangen.
De rechtbank onderzocht of de brief van 21 augustus 2012, waarin uitstel tot 8 oktober 2012 werd verleend, daadwerkelijk was verzonden en ontvangen. Uit het verzendoverzicht bleek dat de fax succesvol was verzonden naar het faxnummer van de gemachtigde van opposant. Er was geen aanwijzing voor een technische storing, zodat ontvangst kon worden aangenomen.
De rechtbank overwoog dat het gebruik van faxverkeer door de rechtbank betekent dat de ontvanger maatregelen moet nemen om de berichten aandacht te geven. Omdat eerdere faxen ook waren ontvangen, had opposant rekening moeten houden met ontvangst van deze laatste fax. Het verzoek om geen faxen te ontvangen kwam pas na de briefwisseling en was dus niet relevant.
De rechtbank concludeerde dat het beroep terecht niet-ontvankelijk was verklaard wegens het niet tijdig indienen van beroepsgronden en verklaarde het verzet ongegrond.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.