Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 augustus 2013in de zaak tussen
de gemeente Purmerend, te Purmerend,
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een geschil over een ontheffing op grond van de Flora- en faunawet voor werkzaamheden in het gebied Baanstee-Noord. De staatssecretaris had aan een derde partij ontheffing verleend voor de bittervoorn, maar stelde dat voor de steenuil, kerkuil en rugstreeppad geen ontheffing nodig was. Eiseressen, bestaande uit meerdere stichtingen, voerden bezwaar en beroep aan tegen deze besluiten.
De rechtbank had eerder het bezwaarbesluit van 31 mei 2010 vernietigd en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde vervolgens ook de nieuwe beslissing op bezwaar van 29 maart 2012. De Afdeling gaf daarbij duidelijke richtlijnen dat de aanvraag voor ontheffing voor steenuil en kerkuil getoetst moest worden aan artikel 75 van Pro de Flora- en faunawet.
De staatssecretaris nam op 29 augustus 2012 een nieuw besluit, maar dit bleek een herhaling van eerdere standpunten zonder de vereiste toetsing. De rechtbank oordeelde dat dit niet in lijn was met de opdracht van de Afdeling en verklaarde het beroep gegrond. Het bestreden besluit werd vernietigd en de staatssecretaris werd opgedragen binnen tien weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige toetsing van ontheffingsaanvragen aan de wettelijke vereisten en bevestigt de rol van de rechterlijke toetsing in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd.