Uitspraak
De rechtbank is met de raadsman van verdachte van oordeel, dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen hetgeen verdachte onder 2. ten laste is gelegd en dat zij daarvan moet worden vrijgesproken.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van voorbereidingshandelingen voor invoer van cocaïne, witwassen van een geldbedrag van €193.050 en bezit van verboden munitie. De rechtbank sprak verdachte vrij van het medeplegen van voorbereidingshandelingen cocaïne wegens onvoldoende bewijs.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte samen met mededaders betrokken was bij het witwassen van €193.050, waarbij verdachte een initiërende rol vervulde. Daarnaast werd vastgesteld dat verdachte verboden munitie in bezit had, namelijk 8 kogelpatronen van 6,35mm en 9 van 9mm Luger.
De rechtbank oordeelde dat verdachte geen geloofwaardige verklaring gaf over de herkomst van het geld, ondanks haar bewering dat zij het had gewonnen in een loterij. Het grote contante bedrag, de verdeling over handbagage van meerdere personen en de omstandigheden van de reis naar Brazilië gaven aanleiding tot het vermoeden van witwassen.
De straf bestond uit een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, en verbeurdverklaring van €127.845. Tevens werden de inbeslaggenomen kogelpatronen onttrokken aan het verkeer. De rechtbank achtte een vrijheidsbenemende straf passend gezien de ernst van de feiten en de maatschappelijke schade van witwassen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, verbeurdverklaring van €127.845 en onttrekking van munitie aan het verkeer; vrijspraak medeplegen voorbereidingshandelingen cocaïne.