ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ4987
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens ernstige onjuistheden in tapgesprekken
De rechtbank Noord-Holland behandelde een zaak waarin verdachte werd vervolgd voor het handelen in verdovende middelen. Tijdens de procedure bleek dat meerdere tapgesprekken, die als bewijsmateriaal dienden, onjuist waren uitgewerkt in het proces-verbaal. Zo werden gesprekken verkeerd weergegeven, inhoudelijk omgedraaid en onterecht drugsgerelateerde inhoud toegeschreven.
De verdediging stelde dat deze onjuistheden niet toevallig waren, maar het gevolg van tunnelvisie en vooringenomenheid bij de opsporingsinstanties. De officier van justitie erkende fouten, maar noemde dit een vergissing zonder opzet. De rechtbank luisterde negen tapgesprekken tijdens de zitting en constateerde dat zes daarvan significant onjuist waren weergegeven, wat een ernstig vormverzuim opleverde.
De rechtbank oordeelde dat dit vormverzuim niet hersteld kon worden en dat het vertrouwen in de ambtseed van processen-verbaal hierdoor ernstig was geschaad. Omdat de tapgesprekken een cruciale rol speelden in de vervolging en beslissingen zoals doorzoekingen en voorlopige hechtenis, werd het recht van verdachte op een eerlijke behandeling ernstig geschonden. Daarom verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Uitkomst: Het openbaar ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard wegens ernstige onjuistheden in tapgesprekken die het recht op een eerlijk proces schenden.