ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ6054
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. Roke
- M.H.L.C. Bijvoet
- A. van Dongen
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt navordering aanvullende invoerrechten wegens kunstmatige prijsconstructie kippenvlees
De rechtbank Noord-Holland behandelde een meervoudig bestuursrechtelijk geschil waarin eiser werd geconfronteerd met uitnodigingen tot betaling (utb’s) wegens aanvullende rechten op pluimveevlees. Verweerder stelde dat eiser onjuiste CIF-invoerprijzen had opgegeven en deelnam aan een constructie om de prijs kunstmatig te verhogen en zo invoerrechten te ontduiken.
Uit het onderzoek bleek dat eiser, als bestuurder van [G], betrokken was bij een complexe keten van transacties tussen verbonden partijen, waaronder dochtervennootschappen in Duitsland, Zwitserland en Uruguay, die dienden om de CIF-invoerprijs onjuist te bepalen. De rechtbank oordeelde dat deze constructie in strijd was met de doelstellingen van de Verordening (EG) 1484/95 en het Communautair douanewetboek.
De rechtbank stelde vast dat de verlengde navorderingstermijn terecht werd toegepast omdat het handelen van eiser gericht was op het ontduiken van rechten. Hoewel het verdedigingsbeginsel ten aanzien van de eerste utb’s was geschonden, leidde dit niet tot vernietiging omdat de procedurefouten niet tot een ander resultaat hadden kunnen leiden.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond en bevestigde zij de navordering van aanvullende rechten en de aansprakelijkheid van eiser als douaneschuldenaar. De rechtbank legde geen proceskostenveroordeling op vanwege de rol van eiser in het opzetten en uitvoeren van de constructie.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de navordering van aanvullende invoerrechten wegens onjuiste aangiften en deelname aan een gekunstelde constructie.