ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ9604
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Mateman
- C.E. Heyning-Huydecoper
- A.T.B. de Vries
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens alcoholgebruik niet volledig toerekenbaar door persoonlijkheidsstoornis
Eiser was sinds 1985 werkzaam bij de Rijksuniversiteit Leiden en kampte vanaf 2006 met problemen door overmatig alcoholgebruik. In december 2008 werd hem ontslag aangezegd, dat in maart 2009 ten uitvoer werd gelegd na een nieuw incident waarbij eiser onder invloed op het werk verscheen.
Eiser stelde dat zijn alcoholgebruik voortkwam uit een persoonlijkheidsstoornis, waardoor hij niet volledig toerekeningsvatbaar was voor zijn gedrag. De rechtbank liet een psychiater rapporteren over de vraag of eiser zijn wil vrij kon bepalen ten aanzien van zijn alcoholgebruik rond het incident.
De psychiater concludeerde dat eiser wel besefte dat zijn gedrag laakbaar was, maar door zijn stoornis niet in staat was zijn gedrag te veranderen of hulp te vragen. De rechtbank volgde deze conclusie en oordeelde dat het plichtsverzuim niet volledig aan eiser kan worden toegerekend.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire ontslagbesluit herroepen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt dat een psychisch defect de toerekenbaarheid kan beïnvloeden, ook bij alcoholgerelateerd plichtsverzuim, en dat een evenredigheidstoets bij tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk ontslagbesluit niet altijd passend is.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens plichtsverzuim door alcoholgebruik wordt vernietigd omdat het gedrag niet volledig aan eiser kan worden toegerekend vanwege een persoonlijkheidsstoornis.