ECLI:NL:RBNHO:2013:CA3957
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen inneming rijbewijs in schuldsanering
Verzoekers hebben een verzoek ingediend tot een voorlopige voorziening ex artikel 287 lid 4 Faillissementswet Pro om het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) te verbieden het rijbewijs van verzoeker in te nemen. Dit verzoek is gedaan om verzoeker in staat te stellen een buitengerechtelijk akkoord aan schuldeisers aan te bieden.
De rechtbank overweegt dat het innemen van het rijbewijs volgt uit een besluit van de officier van justitie vanwege het niet voldoen aan boetes gerelateerd aan een verkeersvoorschrift. Hoewel het belang van verzoeker bij het behoud van het rijbewijs en het spoedeisend belang zijn erkend, is de voorlopige voorziening niet toewijsbaar. Dit omdat de wetgever in artikel 287b Fw limitatief situaties heeft aangewezen waarvoor een moratorium kan worden verleend, en de dreiging van inneming van een rijbewijs daar niet onder valt.
Verder is de buitengerechtelijke regeling nog niet opgestart, waardoor het verzoek niet dient ter overbrugging van de periode tussen toelatingsverzoek en beslissing, maar feitelijk een verkapt moratorium betreft. Ook weegt de rechtbank mee dat verzoekers een omvangrijke schuld hebben bij het CJIB en dat het belang van de officier van justitie bij het innemen van het rijbewijs zwaarder weegt. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Een beslissing op het toelatingsverzoek tot de schuldsaneringsregeling volgt separaat.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening om inneming van het rijbewijs te voorkomen is afgewezen.