ECLI:NL:RBNHO:2014:10781
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor onrechtmatig bezit beschermde uitheemse diersoorten
De rechtbank Noord-Holland heeft op 18 november 2014 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan het onrechtmatig bezit van een omvangrijke hoeveelheid beschermde en met uitsterven bedreigde uitheemse diersoorten. Het betrof onder meer gedroogde koppen, schedels, skeletten van Kalongs en Vliegende honden, tassen en riemen van slangenleer, tanden van wolven, krokodillen en katachtigen, en hangertjes van zeepaardjes. Deze goederen waren deels verkregen door ruil met verzamelaars en deels via internetveilingen.
De tenlastelegging betrof een periode van ongeveer twee jaar, maar de rechtbank stelde partiële nietigheid vast vanwege onvoldoende specificatie van de periode en de goederen. Uiteindelijk werd bewezen verklaard dat verdachte op 25 juni 2013 in Purmerend deze beschermde goederen ten verkoop voorhanden had en/of onder zich had, in strijd met artikel 13, eerste lid, onder a, van de Flora- en faunawet.
De rechtbank oordeelde dat verdachte strafbaar was en legde een taakstraf op van 120 uur onbetaalde arbeid, waarvan 40 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Bij niet-nakoming kan dit worden vervangen door 60 dagen hechtenis. De straf is lager dan geëist vanwege de beperkte bewezenverklaring, het ontbreken van eerdere veroordelingen, de bekentenis en de geringe financiële winst. Het vonnis benadrukt het belang van handhaving van het CITES-regime ter bescherming van bedreigde diersoorten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 120 uur taakstraf waarvan 40 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar wegens het onrechtmatig bezit van beschermde uitheemse diersoorten.