Eiser, burgerambtenaar bij het ministerie van Defensie en kapitein van een marineschip, werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim nadat hij zonder toestemming een aggregaat en isolatiemateriaal van de marine had meegenomen. Na een onderzoek waarbij ook huiszoekingen en getuigenverklaringen werden betrokken, concludeerde verweerder dat eiser de goederen voor eigen gebruik had toegeëigend zonder toestemming van bevoegd gezag.
Eiser stelde dat hij toestemming had en verwees naar een slechte verstandhouding met een collega die aangifte deed en naar een bestaande 'ritselcultuur' binnen het marinebedrijf. De rechtbank vond echter dat verweerder voldoende onderzoek had gedaan en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij toestemming had gekregen. Het enkele feit dat een medewerker de aggregaat bij eiser thuis afleverde, was onvoldoende bewijs.
De rechtbank oordeelde dat het wegnemen van de goederen een ernstig plichtsverzuim vormde en dat verweerder bevoegd was om een disciplinaire straf op te leggen. Gezien de ernst van het verzuim en het belang van integriteit binnen Defensie, was het ontslag niet onevenredig. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.