ECLI:NL:RBNHO:2014:11983
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B. Liefting-Voogd
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek nieuwe aanspraak studiefinanciering wegens ontbreken ondersteunende verklaring onderwijsinstelling
Eiser verzocht om een nieuwe aanspraak op studiefinanciering op grond van artikel 5.16, vierde lid, van de Wet studiefinanciering 2000, omdat hij zijn studie aan de Vrije Universiteit moest beëindigen vanwege verergerde klachten. De onderwijsinstelling ondersteunde dit verzoek niet, waardoor niet aan de wettelijke voorwaarden werd voldaan. De rechtbank oordeelde dat alleen de verklaring van de onderwijsinstelling waar de opleiding werd beëindigd relevant is, en dat de verklaring van de Vrije Universiteit ontbrak. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat er een verband bestond tussen de klachten en het stoppen met de studie.
Eiser voerde aan dat de afwijzing in strijd was met zijn recht op onderwijs volgens artikel 2 van Pro het Eerste Protocol van het EVRM en dat de weigering zijn privé- en gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro aantastte. De rechtbank vond echter geen grond voor strijd met deze bepalingen, mede omdat eiser geen gezin heeft en de toegang tot onderwijs niet is ontzegd. Ook een beroep op de hardheidsclausule werd verworpen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder het verzoek terecht heeft afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om een nieuwe aanspraak op studiefinanciering wordt ongegrond verklaard.