ECLI:NL:RBNHO:2014:2032
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters na afwijzing getuigenverzoek in strafzaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters van de rechtbank Noord-Holland vanwege de afwijzing van zijn verzoek om getuigen, waaronder artsen en apothekers, te horen in een strafzaak. De verdediging stelde dat de rechtbank door de afwijzing vooruitliep op de inhoudelijke beoordeling van de zaak en daarmee vooringenomenheid toonde.
De rechters verklaarden dat zij het noodzaakcriterium hadden toegepast bij de afwijzing en verwezen naar een arrest van de Hoge Raad waarin werd gesteld dat het horen van bepaalde getuigen niet noodzakelijk is voor de beoordeling van het strafbare feit. De officier van justitie steunde dit standpunt.
De wrakingskamer oordeelde dat een afwijzing van een getuigenverzoek een procesbeslissing is die niet als grond voor wraking geldt, tenzij er sprake is van vooringenomenheid. Dit was niet het geval. De rechtbank concludeerde dat de rechters onpartijdig hebben gehandeld en wees het wrakingsverzoek af. Het proces werd voortgezet in de oorspronkelijke stand.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen en het strafproces wordt voortgezet.