ECLI:NL:RBNHO:2014:2297
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Liefting-Voogd
- M. Kraefft
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing studiefinanciering wegens ontbreken reële en daadwerkelijke zelfstandige arbeid
Eiser, een Belgische nationaliteithebbende student aan de Universiteit Utrecht, vroeg studiefinanciering aan vanaf maart 2012. Verweerder wees dit af omdat eiser niet kon worden aangemerkt als migrerend zelfstandige volgens de EU-Richtlijn 2004/38/EG. De rechtbank onderzocht of eiser werkzaamheden verrichtte die kwalificeren als reële en daadwerkelijke arbeid, een vereiste voor zelfstandigen onder de Richtlijn.
De rechtbank stelde vast dat de Richtlijn geen definitie van zelfstandige bevat, maar dat dit begrip moet worden geïnterpreteerd aan de hand van artikel 49 VWEU Pro en vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie. Dit betekent dat de werkzaamheden niet marginaal mogen zijn en dat er een economische activiteit moet zijn. Verweerder hanteert een vaste gedragslijn waarbij minimaal 32 uur per maand gewerkt moet worden en inkomen gegenereerd moet worden.
Hoewel eiser stelde minimaal 32 uur per maand te hebben gewerkt en verwees naar jaarrekeningen, kon de rechtbank deze stukken niet meenemen omdat ze na het bestreden besluit waren opgesteld. De beschikbare stukken toonden aan dat eiser nauwelijks omzet had gegenereerd en geen reële vergoeding ontving. De eenmalige verhuur van een bakfiets was onvoldoende om te spreken van reële en daadwerkelijke arbeid.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet als zelfstandige in de zin van de Richtlijn kan worden aangemerkt en daarom geen aanspraak heeft op studiefinanciering. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af omdat eiser geen zelfstandige is in de zin van de EU-Richtlijn en geen recht heeft op studiefinanciering.