Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.HET VERLOOP VAN HET GEDING
2.DE UITGANGSPUNTEN
3.DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
4.DE GRONDEN VAN DE BESLISSING
5.DE BESLISSING
13 maart 2014in tegenwoordigheid van C. Vis-van Zanden, griffier.
Rechtbank Noord-Holland
Tussen partijen bestond een affectieve relatie die in juli 2013 eindigde, waaruit twee minderjarige kinderen zijn geboren. De vrouw heeft het eenhoofdig gezag en de kinderen verblijven bij haar. De man heeft sinds oktober 2013 geen omgang meer met de kinderen.
De vrouw vordert een straat- en contactverbod tegen de man in Wervershoof, omdat hij haar blijft bedreigen via telefoontjes, sms- en app-berichten en haar meerdere malen met geweld in haar woning heeft vastgehouden. Zij heeft aangifte gedaan en Jeugdzorg is ingeschakeld. De man erkent problemen met het beëindigen van de relatie en heeft afspraken gemaakt om hulp te zoeken, maar bestrijdt het belang van het verbod omdat hij sinds december 2013 niet meer in Wervershoof is geweest.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het straatverbod een zware inbreuk is op bewegingsvrijheid, maar dat dit gerechtvaardigd is gezien de ernstige bedreigingen en geweld. Ook het contactverbod wordt toegewezen omdat de man de vrouw heeft bestookt met bedreigende berichten. Een dwangsom wordt opgelegd om naleving af te dwingen, met een gematigd maximum. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en geldt zes maanden na betekening.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het straat- en contactverbod toe met een dwangsom en compenseert de proceskosten.