ECLI:NL:RBNHO:2014:3076
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op jonggehandicaptenkorting bij onjuiste aangifte en voorlopige aanslag
Eiseres ontving in 2011 een WW-uitkering en deed aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (ib/pvv) waarbij zij op advies van haar belastingadviseur de vraag over recht op Wajong-ondersteuning met 'ja' beantwoordde. Hierdoor werd in de voorlopige aanslag rekening gehouden met de jonggehandicaptenkorting van €696.
Bij de definitieve aanslag werd deze korting echter niet toegepast omdat eiseres volgens de wettelijke bepalingen geen recht op deze korting had. Eiseres stelde dat de vraagstelling in het aangifteprogramma haar het vertrouwen gaf dat zij recht had op deze korting, maar de rechtbank oordeelde dat dit vertrouwen niet gerechtvaardigd was. De voorlopige aanslag is slechts een voorlopige berekening en geen definitieve standpuntbepaling van de Belastingdienst.
De rechtbank benadrukte dat het recht op de jonggehandicaptenkorting strikt wettelijk is geregeld en niet kan worden afgeleid uit de enkele beantwoording van een vraag in het aangifteprogramma. Er was geen sprake van een bewuste standpuntbepaling door de Belastingdienst en dus ook geen rechtszekerheidsschending. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de heffingsrente werd gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inclusief heffingsrente wordt gehandhaafd.