Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 juni 2014 in de zaak tussen
Procesverloop
€ 1.398.000. Verweerder is uitgegaan van de waardepeildatum van 1 januari 2011.
Overwegingen
141 m² kantoor en 123 m² opslag). Bij de bestreden uitspraak heeft verweerder overwogen dat de objectafbakening niet juist is geweest omdat ten onrechte 3.800 m² extra grond is meegenomen. Deze extra grond is niet door eiser verhuurd, maar wel zijn eigendom, zodat voor dit perceel een nieuw adres wordt aangemaakt waarvoor eiser als eigenaar belastingplichtige is. Deze splitsing heeft volgens verweerder geen gevolgen voor de vastgestelde waarde en de aanslag gemeentelijke belastingen. Voorts heeft verweerder overwogen dat bij de vaststelling van de kapitalisatiefactor onvoldoende rekening is gehouden met het leegstandrisico van grote panden in de huidige markt. Verweerder heeft de kapitalisatiefactor daarom in de bezwaarfase verlaagd naar 10,4, waarmee eveneens de WOZ-waarde van het object is verlaagd.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- stelt de WOZ-waarde van het object [adres] voor het belastingjaar 2012 vast op € 1.038.310;
- bepaalt dat verweerder de opgelegde aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig vermindert;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 42 aan eiser te vergoeden.